Jeugdige criminelen oplsluiten werkt niet
zondag, 12 maart 2006
Opvoedingskampen zijn niet effectief in de aanpak van jongeren die weliswaar op het verkeerde pad zijn gegaan, maar die ook lijden aan ondermeer: ADHD, antisociale gedragsstoornissen, affectieve stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en verslaving.
'Kazernes niet de juiste plaats voor jonge delinquenten'
Oratie prof.dr Chijs van Nieuwenhuizen over behandeling van jeugdcriminelen
Jeugdige criminelen: opsluiten, straffen, heropvoeden. Die roep is de laatste jaren steeds luider geworden. Tegen beter weten in — ook de titel van haar oratie — verzet hoogleraar Chijs van Nieuwenhuizen zich tegen deze stoere taal. Opvoedingskampen hebben immers geen of onvoldoende effect gehad voor jongeren met een strafblad. Hun psychische problemen moeten worden aangepakt, waarbij meer gebruik moet worden gemaakt van gedragstherapie en inzichten uit de forensische en algemene psychiatrie.
Jonge delinquenten kunnen te maken krijgen met de PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen) en de OTS (ondertoezichtstelling). Bij de PIJ staat het opvoedingsaspect centraal. Het is bedoeld voor jongeren die een delict hebben begaan en naast straf ook worden behandeld en heropgevoed. De OTS wordt opgelegd wanneer er sprake is van een ernstige opvoedingsproblematiek of gedragsstoornissen. De jongere wordt dan uit huis geplaatst.
'Kazernes niet de juiste plaats voor jonge delinquenten'
Oratie prof.dr Chijs van Nieuwenhuizen over behandeling van jeugdcriminelen
Jeugdige criminelen: opsluiten, straffen, heropvoeden. Die roep is de laatste jaren steeds luider geworden. Tegen beter weten in — ook de titel van haar oratie — verzet hoogleraar Chijs van Nieuwenhuizen zich tegen deze stoere taal. Opvoedingskampen hebben immers geen of onvoldoende effect gehad voor jongeren met een strafblad. Hun psychische problemen moeten worden aangepakt, waarbij meer gebruik moet worden gemaakt van gedragstherapie en inzichten uit de forensische en algemene psychiatrie.
Jonge delinquenten kunnen te maken krijgen met de PIJ-maatregel (Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen) en de OTS (ondertoezichtstelling). Bij de PIJ staat het opvoedingsaspect centraal. Het is bedoeld voor jongeren die een delict hebben begaan en naast straf ook worden behandeld en heropgevoed. De OTS wordt opgelegd wanneer er sprake is van een ernstige opvoedingsproblematiek of gedragsstoornissen. De jongere wordt dan uit huis geplaatst.
De laatste tien jaar is het aantal opnames in justitiële jeugdinrichtingen bijna verdrievoudigd, maar het betreft wel relatief meer jeugdigen met een civielrechtelijke titel (zoals OTS). Verwacht wordt dat de komende jaren de strafrechtelijke behandelplaatsen met 11 procent zullen stijgen en de civielrechtelijke behandelplaatsen met 21 procent.
Dergelijke behandelplaatsen worden kennelijk als een antwoord op de jeugdproblematiek gezien. Van Nieuwenhuizen plaatst daartegenover recidivecijfers: in het eerste jaar nadat de jongeren een inrichting verlaten, komt al meer dan 40 procent in aanraking met justitie, na vier jaar is dat gestegen tot 70 procent.
Dergelijke behandelplaatsen worden kennelijk als een antwoord op de jeugdproblematiek gezien. Van Nieuwenhuizen plaatst daartegenover recidivecijfers: in het eerste jaar nadat de jongeren een inrichting verlaten, komt al meer dan 40 procent in aanraking met justitie, na vier jaar is dat gestegen tot 70 procent.
Door een verkeerde politieke beeldvorming, aldus Van Nieuwenhuizen, worden niet de juiste prioriteiten gesteld en maatregelen genomen. De politiek vindt OTS'ers 'zielig' en PIJ-ers 'gevaarlijk', die het zelf ernaar hebben gemaakt. Om die reden gaat de aandacht vooral uit naar OTS-ers en worden PIJ-ers met psychische en psychiatrische problemen vergeten.
Van Nieuwenhuizen vraagt zich af of er voor hen in de toekomst nog wel voldoende behandelplaatsen zijn.
Deze jongeren halen niet 'zo maar' rottigheid uit, ze kampen met serieuze problemen. De meeste jeugdige delinquenten lijden aan ADHD, antisociale gedragsstoornissen, affectieve stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en verslaving. Kazernes en andere kampementen zijn dan geen oplossing. Wel een oplossing kan de cognitieve gedragstherapie zijn, die goede resultaten heeft laten zien. Inzichten uit de (volwassen) forensische psychiatrie tonen dat ook aan.
Deze jongeren halen niet 'zo maar' rottigheid uit, ze kampen met serieuze problemen. De meeste jeugdige delinquenten lijden aan ADHD, antisociale gedragsstoornissen, affectieve stoornissen, persoonlijkheidsstoornissen en verslaving. Kazernes en andere kampementen zijn dan geen oplossing. Wel een oplossing kan de cognitieve gedragstherapie zijn, die goede resultaten heeft laten zien. Inzichten uit de (volwassen) forensische psychiatrie tonen dat ook aan.
Daarnaast pleit Van Nieuwenhuizen voor meer samenwerking met de kinder- en jeugdpsychiatrie en de jeugdgezondheidszorg. Dat betekent dat voor de behandeling het niet van belang is of de jongere op een straf- of civielrechtelijke titel in een instelling zit, maar dat de inhoud van zijn problematiek op de voorgrond moet staan.




