Hans de Boer bezoekt foyer Vlissingen
zaterdag, 25 maart 2006
De Boer levert de kampen in als er wat beters voor in de plaats komt. De foyers vindt hij vooralsnog een druppel op een gloeiende plaat en niet verplichtend genoeg.
Ook jonge werkloze verdient een kans
VLISSINGEN - Van Hans de Boer mogen zijn omstreden heropvoedingskampen zo de vuilnisbelt op. Als er maar een oplossing is voor jeugdwerkloosheid. Maar die heeft hij gisteren ook in Vlissingen niet gevonden.
Het is Hans de Boer van de Taskforce Jeugdwerkloosheid. Dezelfde Hans de Boer die in spotjes aan werkgevers vroeg vooral in te zetten op jonge werkloze werknemers. Hans de Boer, die 40.000 jonge drop-outs in heropvoedingskampen een lesje wil leren. Hij wil ze van de straat. Aan het werk, of aan de studie: zolang ze maar niet zitten te niksen.
De Boer maakt een rondje door Nederland. Hij gaat overal kijken wat steden doen aan jeugdwerkloosheid. Want het speelt overal, dus ook in Zeeland, en daar was De Boer toch een beetje verbaasd over. „Ik schrik toch als ik zie dat ook Zeeland ermee worstelt. Het is dus geen grootstedelijk probleem.“
Samen met burgemeester Anneke van Dok liep De Boer bij de Stichting Door binnen. Hij zag daar hoe (ex-)gedetineerden de dag doorkomen met leerwerktrajecten. Later ging De Boer naar Foyer de Jeunesse, waar jongeren - onder verplichte dagbesteding - een kamer kunnen huren. Van bewoonster Rilanya Baas wilde De Boer weten wat zij zoal doet. „C1000, keurig hoor.“
Huishoofd Jan Riemens zette de cijfers van de foyer op een rijtje. De Boer knikte instemmend, zodra in beeld kwam dat de foyer voor veel jongeren succesvol is. Hij deed nog wat van zijn bekende onorthodoxe uitspraken over ’eikels die niks willen doen, excusez le mot’, maar wilde ook weten waarom het ROC zo weinig studenten doorstuurt.
Dat vroeg Riemens zich evengoed af. „Het duurde lang voordat het ROC ons door begon te krijgen“, zei hij, terwijl hij de burgemeester aankeek. „Verder krijgen we nog steeds geen cent van ze. Ook niet van integratiebedrijf l’Eté, dat wel subsidie voor arbeidsintegratie krijgt. Wij zouden daar ook wel van willen meesnoepen. Wij krijgen meer jonge werklozen aan de slag.“
Na nog een vergadering in het stadhuis van Vlissingen maakte De Boer de balans op. „Ik heb gezien hoe heel veel mensen hun best doen om die jongens te helpen. Bij Door, maar ook bij de foyer. Maar het zijn druppels op de gloeiende plaat. Bovendien is het te weinig verplicht. Het is niet verkeerd wat ze doen, maar het heeft geen volume. En dat hebben de kampen wel.“
Burgemeester Van Dok heeft er met sociale-zakenwethouder Ellie Walrave bij De Boer op aangedrongen dat hij ook Zeeuwse steden in de G30 opneemt. Met die groep van dertig grote steden gaat hij werktrajecten werven, om jongeren een tweede kans te geven. Officieel zijn alle Zeeuwse steden te klein. „Maar dat pikken ze hier niet. Begrijpelijk. Ik heb gezegd: hoor eens, ik ben geen minister. Maar schrijf me eens een nette brief. Dan ga ik kijken wat ik kan doen.“
Maar ja, dan moet er natuurlijk wel werk zijn. En er moeten stageplekken zijn. Daar ligt in Vlissingen het probleem.
De Boer merkte dat ook tijdens zijn bliksembezoek aan de mentorenraad, een groep van jonge HZ-studenten die andere studenten helpen met huiswerk. „Van zo’n Marokkaanse jongen hoorde ik hoe hij maar niet aan een stageplaats kan komen. Terwijl hij het echt wil. Dan denk ik: ik zou willen dat ik hem persoonlijk een baan kon geven.“
PZC za. 25 maart 2006 door Wendy van den Hurk
Naschrift Michael Turèl:
Ik greep de gelegenheid aan om aan De Boer en de anderen in het gezelschap uit te leggen wat de stand van zaken is van de Kamer met Kansen projecten. Misschien dat die "kampen" soms wel nodig zijn en dat zij echt werken, maar niet voor deze doelgroep. Deze is landelijk bezien toch niet klein, wij schatten het inmiddels op 5 a 10.000 per jaar. Naar de beste organisatievorm, mix van bewoners, voorzieningen en schaal zijn wij nog op zoek...
Ook jonge werkloze verdient een kans
VLISSINGEN - Van Hans de Boer mogen zijn omstreden heropvoedingskampen zo de vuilnisbelt op. Als er maar een oplossing is voor jeugdwerkloosheid. Maar die heeft hij gisteren ook in Vlissingen niet gevonden.
Het is Hans de Boer van de Taskforce Jeugdwerkloosheid. Dezelfde Hans de Boer die in spotjes aan werkgevers vroeg vooral in te zetten op jonge werkloze werknemers. Hans de Boer, die 40.000 jonge drop-outs in heropvoedingskampen een lesje wil leren. Hij wil ze van de straat. Aan het werk, of aan de studie: zolang ze maar niet zitten te niksen.
De Boer maakt een rondje door Nederland. Hij gaat overal kijken wat steden doen aan jeugdwerkloosheid. Want het speelt overal, dus ook in Zeeland, en daar was De Boer toch een beetje verbaasd over. „Ik schrik toch als ik zie dat ook Zeeland ermee worstelt. Het is dus geen grootstedelijk probleem.“
Samen met burgemeester Anneke van Dok liep De Boer bij de Stichting Door binnen. Hij zag daar hoe (ex-)gedetineerden de dag doorkomen met leerwerktrajecten. Later ging De Boer naar Foyer de Jeunesse, waar jongeren - onder verplichte dagbesteding - een kamer kunnen huren. Van bewoonster Rilanya Baas wilde De Boer weten wat zij zoal doet. „C1000, keurig hoor.“
Huishoofd Jan Riemens zette de cijfers van de foyer op een rijtje. De Boer knikte instemmend, zodra in beeld kwam dat de foyer voor veel jongeren succesvol is. Hij deed nog wat van zijn bekende onorthodoxe uitspraken over ’eikels die niks willen doen, excusez le mot’, maar wilde ook weten waarom het ROC zo weinig studenten doorstuurt.
Dat vroeg Riemens zich evengoed af. „Het duurde lang voordat het ROC ons door begon te krijgen“, zei hij, terwijl hij de burgemeester aankeek. „Verder krijgen we nog steeds geen cent van ze. Ook niet van integratiebedrijf l’Eté, dat wel subsidie voor arbeidsintegratie krijgt. Wij zouden daar ook wel van willen meesnoepen. Wij krijgen meer jonge werklozen aan de slag.“
Na nog een vergadering in het stadhuis van Vlissingen maakte De Boer de balans op. „Ik heb gezien hoe heel veel mensen hun best doen om die jongens te helpen. Bij Door, maar ook bij de foyer. Maar het zijn druppels op de gloeiende plaat. Bovendien is het te weinig verplicht. Het is niet verkeerd wat ze doen, maar het heeft geen volume. En dat hebben de kampen wel.“
Burgemeester Van Dok heeft er met sociale-zakenwethouder Ellie Walrave bij De Boer op aangedrongen dat hij ook Zeeuwse steden in de G30 opneemt. Met die groep van dertig grote steden gaat hij werktrajecten werven, om jongeren een tweede kans te geven. Officieel zijn alle Zeeuwse steden te klein. „Maar dat pikken ze hier niet. Begrijpelijk. Ik heb gezegd: hoor eens, ik ben geen minister. Maar schrijf me eens een nette brief. Dan ga ik kijken wat ik kan doen.“
Maar ja, dan moet er natuurlijk wel werk zijn. En er moeten stageplekken zijn. Daar ligt in Vlissingen het probleem.
De Boer merkte dat ook tijdens zijn bliksembezoek aan de mentorenraad, een groep van jonge HZ-studenten die andere studenten helpen met huiswerk. „Van zo’n Marokkaanse jongen hoorde ik hoe hij maar niet aan een stageplaats kan komen. Terwijl hij het echt wil. Dan denk ik: ik zou willen dat ik hem persoonlijk een baan kon geven.“
PZC za. 25 maart 2006 door Wendy van den Hurk
Naschrift Michael Turèl:
Ik greep de gelegenheid aan om aan De Boer en de anderen in het gezelschap uit te leggen wat de stand van zaken is van de Kamer met Kansen projecten. Misschien dat die "kampen" soms wel nodig zijn en dat zij echt werken, maar niet voor deze doelgroep. Deze is landelijk bezien toch niet klein, wij schatten het inmiddels op 5 a 10.000 per jaar. Naar de beste organisatievorm, mix van bewoners, voorzieningen en schaal zijn wij nog op zoek...




