Vroegtijdig schoolverzuim
donderdag, 18 mei 2006
Van der Hoeven vindt kritiek rekenkamer op aanpak vroegtijdig schoolverzuim onterecht
De plannen zouden onvoldoende onderbouwd zijn en de cijfers niet betrouwbaar. De Rekenkamer heeft het aanvalsplan van staatssecretaris Rutte en mij, dat een paar weken geleden is gepresenteerd, niet meegenomen. Dat is jammer, want uit die aanpak blijkt nu juist dat de praktijk centraal staat.
De Algemene Rekenkamer heeft kritiek geuit over de bestrijding van schooluitval. Die kritiek is niet gebaseerd op het jongste aanvalsplan. Dat roept een verkeerd beeld op.
De plannen zouden onvoldoende onderbouwd zijn en de cijfers niet betrouwbaar. De Rekenkamer heeft het aanvalsplan van staatssecretaris Rutte en mij, dat een paar weken geleden is gepresenteerd, niet meegenomen. Dat is jammer, want uit die aanpak blijkt nu juist dat de praktijk centraal staat. Een praktijk die bewezen heeft tastbare resultaten op te leveren. Ik noem als voorbeeld het werk van de zorgadviesteams, die in een aantal regio’s bewezen hebben vruchten af te werpen. Ook andere investeringen zoals in de voor- en vroegschoolse educatie hebben bewezen effectief te zijn. Voorkomen is immers beter dan genezen. Dat dat wellicht niet altijd tot achter de komma kwantificeerbaar is, moge zo zijn, maar vast staat dat het wegwerken van achterstanden in de latere schoolloopbaan van leerlingen uitval voorkomt.
Naar nieuwe maatregelen wordt eerst uitvoerig en degelijk onderzoek gedaan. Zo zijn verschillende opties voor het verlengen van de volledige leerplicht grondig doorgerekend op basis van harde cijfers en ervaringsgegevens, en op basis daarvan worden de keuzes gemaakt die het best renderen.
De staatssecretaris en ik zijn ervan overtuigd dat we de doelstelling tot een vermindering van de uitval met 35% in 2010 (35.0000 nieuwe uitvallers per jaar minder) gaan halen met ons enkele weken geleden gepresenteerde aanvalsplan. Over de cijfers gesproken: in 2002 hebben we een nulmeting gehouden. Van het begin af aan hebben we gezegd dat invoering van het onderwijsnummer (volgend jaar) pas zal zorgen voor een sluitende registratie van de schooluitval. De cijfers waren de afgelopen jaren nog niet helemaal sluitend, maar zijn dat nu al voor ongeveer 95%. Er is dan ook geen enkele reden om een nieuwe nulmeting uit te voeren. Dat zou alleen maar leiden tot nieuwe bureaucratie en rompslomp. Verder gaan we de effecten van het beleid nauwgezet monitoren.
Het is vervelend dat met het verschijnen van het Rekenkamerrapport onze huidige aanpak van de schooluitval gediskwalificeerd wordt. Het roept een verkeerd en onterecht beeld op.
De plannen zouden onvoldoende onderbouwd zijn en de cijfers niet betrouwbaar. De Rekenkamer heeft het aanvalsplan van staatssecretaris Rutte en mij, dat een paar weken geleden is gepresenteerd, niet meegenomen. Dat is jammer, want uit die aanpak blijkt nu juist dat de praktijk centraal staat.
De Algemene Rekenkamer heeft kritiek geuit over de bestrijding van schooluitval. Die kritiek is niet gebaseerd op het jongste aanvalsplan. Dat roept een verkeerd beeld op.
De plannen zouden onvoldoende onderbouwd zijn en de cijfers niet betrouwbaar. De Rekenkamer heeft het aanvalsplan van staatssecretaris Rutte en mij, dat een paar weken geleden is gepresenteerd, niet meegenomen. Dat is jammer, want uit die aanpak blijkt nu juist dat de praktijk centraal staat. Een praktijk die bewezen heeft tastbare resultaten op te leveren. Ik noem als voorbeeld het werk van de zorgadviesteams, die in een aantal regio’s bewezen hebben vruchten af te werpen. Ook andere investeringen zoals in de voor- en vroegschoolse educatie hebben bewezen effectief te zijn. Voorkomen is immers beter dan genezen. Dat dat wellicht niet altijd tot achter de komma kwantificeerbaar is, moge zo zijn, maar vast staat dat het wegwerken van achterstanden in de latere schoolloopbaan van leerlingen uitval voorkomt.
Naar nieuwe maatregelen wordt eerst uitvoerig en degelijk onderzoek gedaan. Zo zijn verschillende opties voor het verlengen van de volledige leerplicht grondig doorgerekend op basis van harde cijfers en ervaringsgegevens, en op basis daarvan worden de keuzes gemaakt die het best renderen.
De staatssecretaris en ik zijn ervan overtuigd dat we de doelstelling tot een vermindering van de uitval met 35% in 2010 (35.0000 nieuwe uitvallers per jaar minder) gaan halen met ons enkele weken geleden gepresenteerde aanvalsplan. Over de cijfers gesproken: in 2002 hebben we een nulmeting gehouden. Van het begin af aan hebben we gezegd dat invoering van het onderwijsnummer (volgend jaar) pas zal zorgen voor een sluitende registratie van de schooluitval. De cijfers waren de afgelopen jaren nog niet helemaal sluitend, maar zijn dat nu al voor ongeveer 95%. Er is dan ook geen enkele reden om een nieuwe nulmeting uit te voeren. Dat zou alleen maar leiden tot nieuwe bureaucratie en rompslomp. Verder gaan we de effecten van het beleid nauwgezet monitoren.
Het is vervelend dat met het verschijnen van het Rekenkamerrapport onze huidige aanpak van de schooluitval gediskwalificeerd wordt. Het roept een verkeerd en onterecht beeld op.




