Tweedeling bij ontwikkeling allochtone MBO leerling
dinsdag, 13 mei 2008
De meest opvallende uitkomst uit het TIES onderzoek is de tweedeling binnen de tweede generatie groepen. Een kwart van de tweede generatie jongeren behaalt geen startkwalificatie, echter daarnaast is een even zo grote groep hoogopgeleid.
Dit gegeven wordt verder versterkt doordat de risico jongeren vaak trouwen met een partner zonder startkwalificatie en de hoog opgeleide jongeren juist vaak trouwen met iemand die ook hoog opgeleid is. De risico jongeren trouwen jong en krijgen ook jong kinderen.
De hoog opgeleide jongeren stellen het krijgen van kinderen uit. Aan de ene kant hebben we dus dubbele risico huishoudens met kinderen, aan de andere kant zien we hoog opgeleide twee verdieners zonder kinderen, of die hun kinderen pas op een latere leeftijd hebben gekregen.
De verschillen die zo ontstaan zijn zeer groot: enerzijds gezinnen die op de rand van de armoede grens leven, anderzijds hoogopgeleiden die de eerste elite vormen in hun gemeenschappen. Zij stromen vaak door naar relatief dure koopwoningen in de betere wijken in de twee steden.
Het komt regelmatig voor dat er in de media melding gemaakt wordt van probleemjongeren van Marokkaanse of Turkse afkomst en dat er tegelijkertijd een stuk gepubliceerd wordt over een succesvolle Marokkaanse of Turkse zakenman, schrijver, of politica. Het is het bekende verhaal: zien we een halfvol glas of is het half leeg? Ons onderzoek laat zien dat beide visies tegelijkertijd waar zijn.
De andere belangrijke bevinding uit het onderzoek is dat de lijn tussen succes en falen in feite heel dun is. Driekwart van de tweede generatie jongeren stroomt het Mbo in. Dit is de grote middengroep. Voor sommige jongeren is het Mbo de opstap naar het Hbo waarmee zij zich in de succesvolle groep scharen. Voor andere jongeren echter is uitval op het Mbo de reden dat zij zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Jongeren met dezelfde startsituatie in het Mbo (vooropleiding Vmbo-kader, Vmbo-theoretisch of Mavo) eindigen op deze twee extreme einden van de onderwijsladder.
Bijna de helft van de hoogopgeleide tweede generatie jongeren heeft via de lange weg van het “stapelen” van opleidingen het hoger onderwijs bereikt. Tegelijkertijd heeft ook bijna de helft van de risico jongeren een Vmbo-t of Mavo vooropleiding. Beide gegevens zijn schokkend: het eerste gegeven laat zien dat een belangrijk deel van het talent niet wordt gezien door de basisschool, waardoor deze leerlingen veel te laag beginnen.
Het tweede gegeven laat zien dat een belangrijk deel van de risico jongeren dat blijkbaar wel de leer capaciteiten heeft om een midden niveau te halen, desondanks voortijdig uitvalt op het Mbo.
De derde opvallende uitkomst van ons onderzoek is dat het overgrote deel van de risico jongeren niet langdurig werkloos is. Zij zorgen voor hun gezin of zij werken. Het idee is dat jongeren zonder startkwalificatie onvoldoende uitgerust zijn voor het betreden van de arbeidsmarkt. Voor de meerderheid van de mannen geldt dit blijkens ons onderzoek niet. De vrouwen betreden de arbeidsmarkt over het algemeen niet omdat zij voor hun gezin zorgen.
Is het label risico jongeren dan wel terecht? In de strikte definitie wellicht niet, maar als we naar de algehele situatie van deze jongeren kijken wel. Velen kunnen financieel niet rondkomen en hun arbeidsmarkt positie is uiterst instabiel. Een kleine verandering in de conjunctuur maakt hun, zoals velen met een tijdelijk contract, werkloos.
De vierde belangrijke bevinding is dat één op de vijf jongeren zonder startkwalificatie het opvallend goed doet. Zij hebben zich via hun baan bijgeschoold of zijn voor zichzelf begonnen als zelfstandig ondernemer. De integrerende kracht van de arbeidsmarkt biedt voor deze groep blijkbaar een alternatief voor reguliere scholing.




