VSV
woensdag, 4 oktober 2006
Kosten baten analyse 'VSV' nader bezien
Enige maanden geleden verscheen in opdracht van de Taskforce Jeugdwerkloosheid een onderzoek naar de koten en baten van voortijdig schoolverlaten. Deze vallen bij verschillende partijen verschillend uit en maken een integrale effectieve aanpak niet makkelijker. Er is nu een uitbreiding op het eerdere onderzoek afgerond. Investeren in maatregelen kan soms financieel zeer lonend zijn!
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Den Haag Ons kenmerk 4 september 2006 VSV/DIR/2006/33296 logoocw
Hierbij bied ik u, mede namens staatssecretaris Bruins, het eindrapport ‘Kosten en baten van voortijdig schoolverlaten’ van de Rebelgroup o.l.v. Roel in ’t Veld aan, geschreven in opdracht van OCW en de Taskforce Jeugdwerkloosheid. Het doel van het onderzoek is het doorrekenen van de effectiviteit van een aantal interventies, die voortijdig schoolverlaten moeten tegengaan. Op verzoek van het ministerie van OCW heeft het Centraal Plan Bureau tijdens de totstandkoming van het rapport suggesties geformuleerd. De Rebelgroup heeft een groot aantal suggesties overgenomen in haar eindrapport. Daarnaast heeft het CPB een reactie op het eindrapport geschreven. Ook deze notitie van het CPB, ‘Beoordeling KBA voortijdig schoolverlaten’, treft u hierbij aan.
Hoofdconclusie uit het onderzoek van de Rebelgroup is dat voor de meeste onderzochte interventies geldt dat het investeren in het terugdringen van voortijdig schoolverlaten loont. In het rapport van de Rebelgroup zijn de volgende interventies doorgerekend:
• Integratie arbeidsmarkt en onderwijs in mbo 1 en 2
• Intensiveren en verplichten voorschoolse educatie (verlagen van de leerplichtige leeftijd)
• Versterking van begeleiding overgang vmbo-mbo (individuele aandacht, intensieve assessments en verlenging leerplicht tot aan startkwalificatie)
• Intensiveren zorg binnen mbo (schoolmaatschappelijk werk, mentoraat, trajectbegeleiding, gedragshulpverlening, reboundvoorzieningen en trainingen)
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag T +31-70-412 3456 F +31-70-412 3450 W www.minocw.nl Contactpersoon: V.P.M.A. Heijmans, T +31-70-4123162,IPC 7100 E blad 2/2
Voor de maatregelen op het gebied van integratie van arbeidsmarkt en onderwijs, het begeleiden van de overgang vmbo-mbo en het intensiveren van de zorg binnen het MBO worden door de Rebelgroup gunstige kosten/baten verhouding gevonden. De interventie ‘Intensiveren en verplichten voorschoolse educatie’ kent een onvoldoende rendement. Een nadere analyse van deze maatregel leert dat deze sterk wordt beïnvloed door de discontovoet, waarmee baten in de toekomst terug worden gerekend naar baten van nu. Er is op dit moment een interdepartementale studiegroep actief die studeert op de hoogte van de te gebruiken discontovoet bij kosten/baten analyses.
Ook het CPB plaatst nuanceringen bij de uitkomsten betreffende de interventie ‘Intensiveren en verplichten voorschoolse educatie’. Het CPB wijst erop, dat belangrijke baten die van effectieve voorschoolse programma’s mogen worden verwacht, in het onderzoek niet zijn gekwantificeerd. Het CPB noemt bovendien harde evaluaties van een aantal effectieve buitenlandse programma’s, die laten zien dat voorschoolse programma’s aanzienlijke baten kunnen opleveren als gevolg van minder doorverwijzing naar speciaal onderwijs, betere onderwijsprestaties (toetsscores), een snellere doorstroom naar het onderwijs (minder zittenblijven) en minder crimineel gedrag. Als al deze baten worden meegerekend, aldus het CPB, dan zal het rendement van de interventie ‘Intensiveren en verplichten voorschoolse educatie’ stijgen. Tenslotte wijst het CPB in het rapport ‘Kansrijk kennisbeleid’ van 11 juli 2006 voor- en vroegschoolse educatie aan als kansrijk voor een beleidsinvestering om de maatschappelijke positie en kansen op de arbeidsmarkt van achterstandsleerlingen te versterken. Ik ben overtuigd met het beleid betreffende voor- en vroegschoolse educatie op de goede weg te zijn.
Het mag duidelijk zijn, dat de uitkomsten van het onderzoek een positief signaal afgeven over investeren in het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Volgens het CPB verdient het onderzoek van de Rebelgroup lof omdat het om een belangrijk maatschappelijk probleem gaat en omdat het onderzoeksterrein gekenmerkt wordt door ontbrekende gegevens en moeilijk te kwantificeren opbrengsten. De notitie van het CPB onderschrijft dat hoge maatschappelijke rendementen kunnen worden behaald en geeft belangwekkende aanwijzingen voor verdere objectivering van argumenten. Het onderzoek van de Rebelgroup en de notitie van het CPB geven vertrouwen in het economische rendement van investeren in voortijdig schoolverlaten, naast uiteraard de sociale baten voor schoolverlater en samenleving. In mijn beleid zal ik dan ook rekening houden met de uitkomsten van het onderzoek en de suggesties van het CPB.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Cultuur en Wetenschap,
Maria J.A. van der Hoeven Bruno Bruins
Enige maanden geleden verscheen in opdracht van de Taskforce Jeugdwerkloosheid een onderzoek naar de koten en baten van voortijdig schoolverlaten. Deze vallen bij verschillende partijen verschillend uit en maken een integrale effectieve aanpak niet makkelijker. Er is nu een uitbreiding op het eerdere onderzoek afgerond. Investeren in maatregelen kan soms financieel zeer lonend zijn!
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Den Haag Ons kenmerk 4 september 2006 VSV/DIR/2006/33296 logoocw
Hierbij bied ik u, mede namens staatssecretaris Bruins, het eindrapport ‘Kosten en baten van voortijdig schoolverlaten’ van de Rebelgroup o.l.v. Roel in ’t Veld aan, geschreven in opdracht van OCW en de Taskforce Jeugdwerkloosheid. Het doel van het onderzoek is het doorrekenen van de effectiviteit van een aantal interventies, die voortijdig schoolverlaten moeten tegengaan. Op verzoek van het ministerie van OCW heeft het Centraal Plan Bureau tijdens de totstandkoming van het rapport suggesties geformuleerd. De Rebelgroup heeft een groot aantal suggesties overgenomen in haar eindrapport. Daarnaast heeft het CPB een reactie op het eindrapport geschreven. Ook deze notitie van het CPB, ‘Beoordeling KBA voortijdig schoolverlaten’, treft u hierbij aan.
Hoofdconclusie uit het onderzoek van de Rebelgroup is dat voor de meeste onderzochte interventies geldt dat het investeren in het terugdringen van voortijdig schoolverlaten loont. In het rapport van de Rebelgroup zijn de volgende interventies doorgerekend:
• Integratie arbeidsmarkt en onderwijs in mbo 1 en 2
• Intensiveren en verplichten voorschoolse educatie (verlagen van de leerplichtige leeftijd)
• Versterking van begeleiding overgang vmbo-mbo (individuele aandacht, intensieve assessments en verlenging leerplicht tot aan startkwalificatie)
• Intensiveren zorg binnen mbo (schoolmaatschappelijk werk, mentoraat, trajectbegeleiding, gedragshulpverlening, reboundvoorzieningen en trainingen)
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag T +31-70-412 3456 F +31-70-412 3450 W www.minocw.nl Contactpersoon: V.P.M.A. Heijmans, T +31-70-4123162,IPC 7100 E blad 2/2
Voor de maatregelen op het gebied van integratie van arbeidsmarkt en onderwijs, het begeleiden van de overgang vmbo-mbo en het intensiveren van de zorg binnen het MBO worden door de Rebelgroup gunstige kosten/baten verhouding gevonden. De interventie ‘Intensiveren en verplichten voorschoolse educatie’ kent een onvoldoende rendement. Een nadere analyse van deze maatregel leert dat deze sterk wordt beïnvloed door de discontovoet, waarmee baten in de toekomst terug worden gerekend naar baten van nu. Er is op dit moment een interdepartementale studiegroep actief die studeert op de hoogte van de te gebruiken discontovoet bij kosten/baten analyses.
Ook het CPB plaatst nuanceringen bij de uitkomsten betreffende de interventie ‘Intensiveren en verplichten voorschoolse educatie’. Het CPB wijst erop, dat belangrijke baten die van effectieve voorschoolse programma’s mogen worden verwacht, in het onderzoek niet zijn gekwantificeerd. Het CPB noemt bovendien harde evaluaties van een aantal effectieve buitenlandse programma’s, die laten zien dat voorschoolse programma’s aanzienlijke baten kunnen opleveren als gevolg van minder doorverwijzing naar speciaal onderwijs, betere onderwijsprestaties (toetsscores), een snellere doorstroom naar het onderwijs (minder zittenblijven) en minder crimineel gedrag. Als al deze baten worden meegerekend, aldus het CPB, dan zal het rendement van de interventie ‘Intensiveren en verplichten voorschoolse educatie’ stijgen. Tenslotte wijst het CPB in het rapport ‘Kansrijk kennisbeleid’ van 11 juli 2006 voor- en vroegschoolse educatie aan als kansrijk voor een beleidsinvestering om de maatschappelijke positie en kansen op de arbeidsmarkt van achterstandsleerlingen te versterken. Ik ben overtuigd met het beleid betreffende voor- en vroegschoolse educatie op de goede weg te zijn.
Het mag duidelijk zijn, dat de uitkomsten van het onderzoek een positief signaal afgeven over investeren in het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Volgens het CPB verdient het onderzoek van de Rebelgroup lof omdat het om een belangrijk maatschappelijk probleem gaat en omdat het onderzoeksterrein gekenmerkt wordt door ontbrekende gegevens en moeilijk te kwantificeren opbrengsten. De notitie van het CPB onderschrijft dat hoge maatschappelijke rendementen kunnen worden behaald en geeft belangwekkende aanwijzingen voor verdere objectivering van argumenten. Het onderzoek van de Rebelgroup en de notitie van het CPB geven vertrouwen in het economische rendement van investeren in voortijdig schoolverlaten, naast uiteraard de sociale baten voor schoolverlater en samenleving. In mijn beleid zal ik dan ook rekening houden met de uitkomsten van het onderzoek en de suggesties van het CPB.
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Cultuur en Wetenschap,
Maria J.A. van der Hoeven Bruno Bruins




