Piet Boekhoud: er uit halen wat er in zit!
donderdag, 3 juli 2008
Stel…je bent 15 jaar en je ouders hebben problemen. De kans is groot dat je hele familie op straat wordt gezet omdat je ouders hulpverlening weigeren. Je moeder staat op de wachtlijst voor de sociale werkvoorziening, je vader zit in de WAO. Je moet eigenlijk stage lopen, maar je bent de enige die ’s morgens moet opstaan. Je kunt het vaak niet opbrengen. School zit achter je aan, de stichting MEE bemoeit zich met je. Je voelt je de hele tijd opgejaagd …
Een groot hart, maar geen geld meer
Een Rotterdamse werkelijkheid. Van de 300.000 jongeren tussen de 0 – 23 jaar heeft 20% problemen in de sfeer van opvoeding, ontwikkeling en onderwijs. Dat zijn 60.000 jongeren. De helft hiervan, dus 30.000 jongeren kampen met een opeenhoping van problemen. Zij lopen ernstig risico helemaal geen onderwijs meer te volgen. Het gaat hier ook om Albeda-leerlingen. Ook wij raken teveel jongeren kwijt die op de één of andere manier geen ruimte meer in hun hoofd hebben voor school. We merken dat een toenemend aantal jongeren de hulp inroepen van de trajectbegeleiders, het school-maatschappelijk werk, de schoolverpleegkundige, time4you enzovoort. Begeleiding en zorg die extra geld kosten en die we grotendeels bekostigen uit subsidies die vaak niet toereikend zijn. Ons hart is groot genoeg, maar we kunnen het niet betalen en we gaan het ook niet meer betalen. Het is één van de oorzaken van onze financiële problemen.
Jongerentalenten in Rotterdam
We kunnen het ons echter met zijn allen niet veroorloven om al deze (manifeste en latente) talenten verloren te laten gaan. Rotterdam heeft ze keihard nodig om de stad economisch en sociaal draaiende te houden. De roc’s, het vmbo en de gemeente hebben daarom de handen ineen geslagen. Met de hulp van Pieter Winsemius van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid bedenken we plannen die grenzen doorbreken. Het gaat om een integrale aanpak naast de reguliere opleidingen voor jongeren die niet op eigen kracht het maximale uit zichzelf kunnen halen. Zo liggen er ontwerpen voor wijkscholen, vakscholen en topscholen op de tekentafel. Het zijn concepten voor alternatieve onderwijsvormen die wij willen uitproberen. We willen toetsen of deze concepten een antwoord zijn op het schoolverlaten.
De wijkschool als oplossing?
De wijkschool is als het ware een samensmelting van vmbo en mbo, waarbij arbeidsparticipatie (op niveau 1) het doel is. Vooral bedoeld voor jongeren met een lage intelligentie en veel problemen. Het is het bij elkaar brengen van thuis, wijk, werk en school met intensieve begeleiding en zorg, zodat ‘ontsporen’ niet (meer) mogelijk is. Levens op orde brengen zodat er weer ruimte is voor leren en werken. In de vakschool worden vmbo en mbo niveau 2 (evt. 1) aaneengesmeed tot een zeer praktische smalle opleiding tot vakman. De bedrijven schreeuwen om vakbekwame werknemers, terwijl teveel jongeren in het vmbo afknappen op algemene theoretische kennis. Jongeren die op hun 12e al zeker weten dat ze schilder willen worden, moeten daar ook meteen mee aan de slag kunnen gaan.
Tijd en de overheid nodig
In de topscholen zal alles gehaald worden uit getalenteerde leerlingen op niveau 3 en 4. De topscholen profileren zich in één domein en zijn sterk doorstroomgericht en innovatief. Nieuwe kennis wordt ontwikkeld en toegepast. Met deze drie onderwijsconcepten kunnen we misschien barrières doorbreken. Barrières in de beroepskolom en barrières in de samenwerking tussen onderwijs en zorg. Maar nogmaals: we doen dit alleen als de overheid ons toestemming geeft deze concepten uit te werken en uit te proberen. En niet voor één jaar, maar voor langere tijd. De Rotterdamse problemen zijn niet opgelost in een achternamiddag. Daar gaan waarschijnlijk generaties overheen. Voorwaarde is ook dat er ruimte komt in de wetten, regelgeving en dat de budgetten van vmbo, mbo, hbo en die van hulpverlening en reïntegratie zo met elkaar worden verbonden dat wij er als Albeda geen extra kosten aan hebben. Uiteindelijk zal er alleen winst te behalen zijn. Jongeren die niet meedoen, kosten geld. Als alle jongeren ‘winners’ worden, winnen de arbeidsmarkt en de samenleving.
Meedoen moet. Eruit halen wat er in zit moet vanzelfsprekend worden.
Piet Boekhoud, voorzitter College van Bestuur




