Kamers met kansen - terug naar startpagina

Locaties
klik & scroll!

Waar vind ik Kamers met Kansen
ZOEKEN
Word nu partner van Kamers met Kansen Nederland!

Interview Pieter Winsemius over Albeda en Zadkine

donderdag, 3 juli 2008
“Het is natuurlijk niet zo dat ik de onderwijsexpert ben die dé oplossing heeft voor alle onderwijsproblemen”, verduidelijkt VVD’er Winsemius meteen. “Ik leer stellig meer van Piet en Henry dan zij van mij. Maar ik weet wat van processen door mijn vroegere werk als adviseur bij McKinsey. Daarnaast heb ik een breed netwerk, ook in het ‘Haagse’. Bovendien is het een naar probleem dat me erg aan het hart gaat. En we zijn nu al een jaar of vijftien bezig de problemen met uitvallers op school aan te pakken. Het lukt ook wel een beetje, maar het gaat niet hard genoeg. Daarom kunnen we elkaar het beste maar helpen.”
 
WRR
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid was al bezig met een rapport over voortijdig schooluitval in het (v)mbo. De recent door Pieter Winsemius geschreven speech ‘Niemand houdt van ze’ voor het Kohnstamm-Instituut voor onderzoek van opvoeding en onderwijs vormde een tussenstand van het onderzoek. Pieter Winsemius: “Voor het samenstellen van het rapport en het verzamelen van concrete aanbevelingen en oplossingen hebben we met veel verschillende onderwijsmensen gepraat. De zogenoemde frontlijners, heel bevlogen en intelligente vakmensen. Op de RDM-werf, op het Calvijn, bij het Zadkine, met de mensen van het vmbo. En niet alleen maar in Rotterdam, maar in heel Nederland. Natuurlijk verwachtten we geen pasklare antwoorden en oplossingen voor de problemen, maar iedereen had zijn eigen bijdrage om de puzzel compleet te maken.”
 
De overbelasten
Pieter Winsemius spreekt in zijn speech over drie verschillende groepen uitvallers onder mbo-leerlingen. De niet-kunners, de opstappers en de overbelasten. De niet-kunners kunnen moeilijk leren, maar krijgen goede begeleiding. De opstappers hebben geen zin in school, maar vinden meestal hun weg wel op de arbeidsmarkt. Echter, de zorg van Piet Boekhoud en zijn Zadkine collega gaat uit naar de overbelasten; dat is de allermoeilijkste groep. “Vergelijk ze met jongleurs die zes ballen in de lucht proberen te houden”, vertelt Winsemius. “En dan een zevende, en een achtste, een negende bal. Op een gegeven moment vallen er vijf op de grond. Allemaal problemen. Een thuissituatie die niet stabiel is, criminele vrienden, geen werk, leerachterstand, noem maar op. De complexiteit wordt te groot. Deze jongeren weten al op hun twaalfde dat ze in vakje één van de sjoelbak terechtkomen, en daar ook niet meer uitkomen. De helft van de uitvallers behoort tot de groep overbelasten. In de meeste gevallen stromen zij in het eerste jaar van hun opleiding al uit.”
 
Niet alleen een onderwijsprobleem
“Het wordt extra lastig om schooluitval onder die groep tegen te gaan, omdat uitval niet alleen maar een probleem is van het onderwijs”, gaat Winsemius verder. “We kunnen moeilijk zeggen: ‘kom Albeda, saneer even de schulden van pa, zorg voor een baantje voor ma, verzorg nog wat taalles en de problemen rond de kinderen zijn opgelost.’ Zo werkt het niet, dat kun je niet aan een school vragen. Maar we bewandelen wél die weg. Leraren nemen in toenemende mate de rol van de ouders in.”
 
Het geld is op
“Het Albeda College spant zich enorm in om schooluitval tegen te gaan”, heeft Winsemius ervaren. “De school plukt daar nu de wrange vruchten van. Er is een bekende dichtregel uit de Internationale: ‘Wie rechten heeft, heeft plichten. En wie plichten heeft, heeft rechten.’ Het Albeda College heeft de plichten op zich genomen, maar de school krijgt er de maatschappelijke rechten niet bij. Nu moet het Albeda College tegen de maatschappij zeggen: ‘We kunnen het niet meer opbrengen. Het geld is op.’ Wat dat betreft is het geweldig dat we met de theorie bezig zijn door rapporten over dit thema op te stellen, en tegelijkertijd met de twee grote roc’s om tafel zitten om heel praktijkgericht oplossingen te bedenken. Dit geeft me tal van redenen om het Binnenhof weer eens in te lopen!”
 
Het veld moet rust krijgen
Het argument dat het onderwijsveld nu eindelijk eens rust moet krijgen, haalt Winsemius genadeloos onderuit: “Dat zeiden ze in de ArenA ook: het veld moet rust krijgen. Maar er moest wel op worden gevoetbald. En iedere keer ging het kapot. Hup, weer een nieuw veld. Dat is in het onderwijs ook. Er moet gewoon worden gespeeld. Rusten doe je maar in je vrije tijd. Het gaat om de leerlingen.”
 
Structuur en verbondenheid
De groep overbelasten heeft structuur en verbondenheid nodig. De vraag is hoe dit te bereiken.“Omdat de jongeren vaak al in het eerste jaar van hun opleiding uitvallen, zullen we het vmbo erbij moeten betrekken”, vertelt Winsemius. “De overgang tussen middelbaar en beroepsonderwijs moet kleiner. We zoeken naar een combinatie van de vertrouwdheid en de zorg van een vmbo-school en de contextrijkheid van een mbo-instelling. Dat betekent veel begeleiding en stage. De overbelaste jongeren in Rotterdam komen op dit moment te weinig in aanraking met succesvolle leeftijdgenoten. Hierdoor kunnen ze zich aan niemand optrekken. Door veel werk en stage komen de jongeren al zeer snel met ‘normale’ mensen in contact. Mensen met een baan, een gezin en een huis. Dit zijn de rolmodellen. We zijn nu bezig met de ontwikkeling van een aantal vakscholen en werkscholen. Dit moeten echt magneetscholen worden waar de leerlingen trots op zijn.”
 
Onze school
“De meeste docenten die ik spreek zeggen tegen me: ‘Natuurlijk zit er wel eens een etterbak tussen. Maar over het algemeen zijn het lieve kinderen. Ze willen alleen graag belangrijk gevonden worden. Erkenning. Ze zoeken verbondenheid met hun school en hun docenten’”, zegt Winsemius. “Dat vraagt wat van de school en van de docenten. Ik ken een voorbeeld: deelgemeente Delfshaven zit onder de graffiti. Maar de school in de wijk is brandschoon. Want dat is ‘onze school’, daar blijf je met je handen vanaf. Daar moeten we naartoe. Als we dit bereiken, hebben we een stap in de goede richting gezet.”
 
Alice in Wonderland
“Het gaat om die gasten”, zegt Piet Winsemius gepassioneerd. Winsemius heeft verhalen over jongeren gehoord die te schrijnend zijn om aan de keukentafel te vertellen. De problematiek gaat hem aan het hart. “Ik dacht dat ik verhalen kende die typisch waren. Maar in het echt is het altijd een graadje erger. Ik loop hier in Rotterdam af en toe rond als Alice in Wonderland. Het is niet te vergelijken met mijn eigen jeugd. Een totaal andere wereld. Ik heb op ongeveer de netste school van Nederland gezeten, het VCL in Den Haag. Hoe net? Nou, de prinsen van Oranje hebben ook op die school gezeten, heb je nog meer nodig? Het was een heel gezellige school, maar er gebeurde natuurlijk nooit wat. Dat is overigens het grote probleem van een groot deel van de mensen die nu de belangrijke functies in Nederland bekleden. Allemaal bollebozen, allemaal een zorgeloze jeugd gehad. Ik zou willen zeggen: ‘Kom maar eens in Rotterdam kijken, maar dan zonder rode loper en zonder persmoment.’”
 

Nieuwsarchief 2011

Nieuwsarchief 2010

Nieuwsarchief 2009

Nieuwsarchief 2008

Nieuwsarchief 2007

Nieuwsarchief 2006