Participatiebudget stimuleert scholing, werk en inburgering
vrijdag, 9 januari 2009
Het participatiebudget bundelt het zogenoemde 'werkdeel' van de Wet werk en bijstand (geld om bijstandsgerechtigden en herintreders aan werk te helpen), de inburgeringsbudgetten (waarmee gemeenten onder meer taallessen inkopen voor inburgeraars) en het geld voor volwasseneneducatie.
Bij elkaar gaat het om ongeveer 2 miljard euro. Gemeenten krijgen voortaan één bedrag van het Rijk om mensen te stimuleren deel te nemen aan inburgering, werk of school: het participatiebudget.
Gemeentes kunnen met de bundeling van de drie bestaande budgetten voor re-integratie, inburgering en scholing middelen effectiever inzetten om mensen te helpen, zo is de verwachting. Het wetsvoorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, minister Van der Laan voor Wonen Wijken en Integratie en staatssecretaris Van Bijsterveldt van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is eind december door de Eerste Kamer aanvaard en gaat in per 1 januari 2009
Tot op heden waren afzonderlijke regels van toepassing voor de verschillende budgetten. Het participatiebudget maakt hier een eind aan en biedt gemeentes een grote mate van vrijheid om te bepalen wie welke voorziening of opleiding nodig heeft om aan het werk te komen of op een andere manier deel te nemen aan de maatschappij. Kortom, de participatie wordt bevorderd.
Geld uit het participatiefonds kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor (combinaties van) scholing, loonkostensubsidie, sociale activering, stimuleringspremies, schuldhulpverlening, bijscholing van vrijwilligers, stages, cursussen voor laaggeletterden of inburgeringscursussen.
De verwachting is dat door vermindering van de administratieve rompslomp gemeentes zich meer gaan richten op besteding van middelen, dan op verantwoording aan het Rijk.
BRON: website Ministerie SZW




