Probleemjongeren zitten vaak diep in de schulden
vrijdag, 6 november 2009
Rond de 79 duizend probleemjongeren tussen de 15 en 26 jaar zitten in de schulden, blijkt uit het binnenkort te verschijnen rapport Kredietcrisis onder risicojongeren. Iemand geldt als ‘risicojongere’ als er naast schulden ook problemen zijn met onderwijs, werk, wonen en/of de psychosociale gezondheid.
De schulden van deze groep worden niet apart geregistreerd. Onderzoekers van Noorda en Co en de Stichting Alexander hebben echter landelijke en lokale cijfers over jeugdwerkloosheid, armoede en schuldhulpverlening gecombineerd om een beeld te krijgen van de omvang van het probleem. ‘Het is een schokkend aantal jongeren’, zegt onderzoeker Jaap Noorda. ‘Vooral als je bedenkt dat dit forse schulden zijn. We hebben het niet over de beperkte burgerlijke problemen van kinderen uit de middenklasse, waar het Nibud zich op richt.’
10.000 euro
De onderzoekers interviewden 73 jongeren met schulden en 36 hulpverleners in de achterstandswijken van Amsterdam, Utrecht en Enschede. In de helft van de gevallen liep de schuld op boven de 3.500 euro – een kwart staat zelfs meer dan 10.000 euro in het krijt. Risicojongeren doen er vier tot acht jaar over om uit de financiële problemen te komen. Vaakst genoemde schuldeisers zijn zorgverzekeraar, telefoonmaatschappij en bank.
Volgens Noorda lopen de meeste hulptrajecten op het gebied van onderwijs, werk en criminaliteitsbestrijding spaak doordat deze jongeren maar één zorg hebben: uit handen blijven van de deurwaarder. Daartoe schrijven zij zich uit bij de gemeente, waardoor ze op papier ‘niet meer bestaan’. Maar zonder adres kunnen ze werken noch een opleiding volgen. Veel jongeren belanden op straat en in de criminaliteit.
Status
Het is voor het eerst dat er onderzoek is gedaan naar schulden bij deze groep. Dat probleemjongeren makkelijk in het rood gaan komt volgens de onderzoekers omdat ze vanuit huis weinig steun krijgen en ouders het verkeerde voorbeeld geven. Soms sluiten jongeren een lening af om hun moeder te helpen. Daarnaast zijn met name allochtone jongeren gevoelig voor de status van een auto, het juiste mobieltje of merkkleding. Het gepronk op straat is een compensatie voor de armoede thuis. Onderzoekster Kitty Jurrius: ‘Onder invloed van de straatcultuur en reclame ontstaat het beeld dat ze recht hebben op die spullen.’
Volgens de onderzoekers moeten er wettelijke grenzen komen aan de leenmogelijkheden van jongvolwassenen. ‘Drie, vier telefoonabonnementen en een creditcard, als je eenmaal 18 bent is het bijna nergens een probleem. We moeten jongeren tegen zichzelf beschermen.’
BRON: de volkskrant 6 november 2009 Anneke Stoffelen




