Kamers met kansen - terug naar startpagina

Locaties
klik & scroll!

Waar vind ik Kamers met Kansen
ZOEKEN
Word nu partner van Kamers met Kansen Nederland!

Het participatiebudet, een jaar na de invoering

maandag, 7 december 2009
Hieronder twee bijdragen over het participatiebudget, van Ella Vogelaar en Marli Thijssen. Beide bijdragen passen in het kader van de conferentie op 10 december van het landelijk platform participatie.
 
Vogelaar
Het gaat nog lang niet goed genoeg met het Participatiebudget, stelt oud-minister Ella Vogelaar. ‘Maar dat verbaast me niets. Als een wet ingaat, wordt het niet meteen werkelijkheid. Dat kost tijd’. De voormalig minister van Wonen Wijken en Integratie is dagvoorzitter tijdens het Landelijk Platform Participatie op 10 december 2009.
 
Als projectmanager bij de Taskforce Inburgering concludeerde Ella Vogelaar eind 2002 al dat de financieringsstromen voor re-integratie, inburgering en volwasseneneducatie gebundeld zouden moeten worden. ‘Mensen die moeten inburgeren zitten vaak in de bijstand en zijn veelal laag opgeleid. Vóór het Participatiebudget werd dit allemaal vanuit drie departementen gefinancierd, dat kwam in drie aparte potjes bij de gemeenten terecht.’ Iemand die wil inburgeren en een baan of opleiding wil, werd volgens Vogelaar vervolgens van het kastje naar de muur gestuurd.
 
Eén loket
‘Het is handiger wanneer er één loket is waar men bepaalt: “Wat wil je bereiken, wat heb je nu al aan bagage en hoe kun je datgene bereiken wat je wilt”’, legt Vogelaar uit. Toen zij aantrad als minister voor Wonen Wijken en Integratie, zag ze haar kans de Wet Participatiebudget te ontwikkelen: één budget voor reïntegratie, inburgering en volwasseneneducatie. Door de wet, die per 1 januari 2009 is ingegaan, kunnen gemeenten meer maatwerk leveren aan de burgers en zijn de regels en administratieve lasten verminderd.
 
Visie
Het gaat desondanks nog lang niet goed genoeg, stelt de – naar eigen zeggen – ‘moeder’ van het Participatiebudget. ‘Veel gemeenten hebben moeite met het invullen van het beleid. Dat gaat verder dan met één budget precies hetzelfde blijven doen. De wet vraagt om visie. Het gaat om een geïntegreerde werkwijze, een grote beleidsverandering die jaren nodig heeft.’
 
Vogelaar vindt de discussie over de basiseducatie lastig. ‘Oorspronkelijk mogen gemeenten volgens de wet op lokaal niveau zelf bepalen hoe ze educatie inkopen. De gedwongen inkoop bij de ROC’s werd toen losgelaten. Ik vind het erg jammer dat de gedwongen inkoop inmiddels weer is teruggedraaid tot 2013. Er is daarmee een onderdeel uit de wet gesloopt.’
 
Wiel
Dat iedere gemeente zelf kan bepalen hoe ze het participatiebudget inzetten op de drie gebieden, is een voordeel, vindt Vogelaar. ‘Er is natuurlijk altijd de spanning tussen het opnieuw uitvinden van het wiel en het van elkaar leren. Maar geen gemeente is helemaal hetzelfde. Daarom is het ook belangrijk dat iedereen bij elkaar kan komen op het Landelijk Platform Participatie. Om kennis uit te wisselen en ervaringen te delen.’
 
BRON: website zorg en welzijn 1 december 2009 door  Alexandra Sweers
 
 
Thijssen
Het Participatiebudget vraagt om visie bij gemeenten, vindt Marli Tijssen van CINOP. Het gebundelde budget voor inburgering, volwasseneneducatie en re-integratie biedt gemeenten ruimte om zelf hun prioriteiten aan te geven. Een verbetering, aldus Tijssen.
 
De Wet Participatiebudget, die per 1 januari 2009 is ingegaan, moet ervoor zorgen dat gemeenten meer maatwerk kunnen leveren aan burgers die moeite hebben met participeren. In plaats van drie verschillende financieringsstromen worden re-integratie, inburgering en volwasseneneducatie nu uit één pot gefinancierd.
 
Te gek
Vóór het Participatiebudget was er veel verkokering binnen gemeenten, vertelt Marli Tijssen teammanager bij CINOP, landelijk adviesbureau voor beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. ‘Dat was soms te gek voor woorden. Inburgeraars kregen soms gelijktijdig een brief om mee te doen aan een inburgeringscursus, een brief met een aanbieding voor volwassenenonderwijs en een brief om een traject te volgen om uit de bijstand te komen.’ Verwarrend voor deze mensen die zich toch vaak aan de onderkant van de samenleving bevinden, vindt Tijssen. Het Participatiebudget zorgt ervoor dat deze trajecten verbonden worden.
 
Visie
‘Een belangrijke vraag voor gemeenten bij het toepassen van de wet is: hoe kunnen we dit binnen gemeenten goed organiseren?’, zegt Tijssen. Er leven nog veel vragen bij gemeenten. ‘Het is een tijdje onduidelijk geweest of de educatiegelden in het budget wel of niet verplicht bij de ROC’s terecht moesten komen. Ook zijn er vragen over kwaliteitscriteria voor aanbestedingstrajecten en de kwaliteit van het onderwijs. Kortom, onduidelijkheid over wat er allemaal wel en niet kan.’
 
Dat ligt niet zozeer aan de informatievoorziening van de overheid, vindt Tijssen. Maar de kennis over de mogelijkheden van het Participatiebudget moet nog op alle niveaus doordringen bij de verschillende gemeentelijke diensten. Dat is zeker een aandachtspunt.’
 
Visionair
Het grote voordeel is dat het budget gemeenten dwingt om een visie te ontwikkelen op het gebied van participatie, stelt de teammanager. Zij mogen grotendeels zelf bepalen hoe zij het budget besteden. Tijssen: ‘De gemeente Alkmaar bijvoorbeeld kijkt voor het Participatiebudget gericht naar een bepaalde buurt. Ze kijken naar wat de mensen in die buurt nodig hebben, om te kunnen participeren in de samenleving. Dat vind ik visionair denken.’
 
Medewerkers van CINOP verzorgen tijdens het Landelijk Platform Participatie'Eén jaar participatiebudget: drama of succes?' op 10 december 2009 een praktijksessie. Deze sessie gaat over welke rol de zorgaanbieder, professional en gemeente spelen bij educatie, inburgering, en participatie.
 
BRON: website zorg en welzijn 2 december 2009 door Alexandra Sweers
 
 
Klik hier voor de bronwebsite

Nieuwsarchief 2011

Nieuwsarchief 2010

Nieuwsarchief 2009

Nieuwsarchief 2008

Nieuwsarchief 2007

Nieuwsarchief 2006