Foutief beeld frustreert ontwikkeling Marokkaanse vrouwen
woensdag, 7 februari 2007
Politici en bestuurders spreken te negatief over Marokkaanse vrouwen. Deze houding belemmert de vrouwen in hun ontwikkeling. De toon van het huidige integratiedebat – de doe-normaal-ideologie – frustreert hen en leidt ertoe dat steeds meer vrouwen defensief reageren op de Nederlandse instanties. De positie van Marokkaanse vrouwen wordt dag in dag uit geproblematiseerd, maar de armoede in Marokkaanse gezinnen blijft vaak onbesproken. Dat blijkt uit onderzoek van socioloog Marguerite van den Berg in opdracht van het Nicis Institute. Het onderzoek werd donderdagmiddag gepresenteerd tijdens het kennisatelier ‘Zicht op het sociaal kapitaal van Marokkaanse vrouwen'.
Vrouwen willen niet worden witgewassen
Marguerite van den Berg volgde anderhalf jaar lang vijftig Marokkaanse vrouwen in de Rotterdamse wijk Delfshaven. Uit het onderzoek komt een beeld naar voren van vrouwen die heel graag vooruit willen. Marokkaanse vrouwen vinden taallessen belangrijk om zo beter hun weg te kunnen vinden in de Nederlandse samenleving en doen hier dan vaak ook vrijwillig aan mee. Maar als de cursus eenmaal loopt, blijkt dat gemeentelijke diensten niet alleen de Nederlandse taal willen onderwijzen, maar van de Marokkaanse vrouwen Nederlandse vrouwen willen maken. In een poging de vrouwen ‘wit te wassen’, wordt hen tijdens de taalcursussen opgedrongen hoe zij zich op straat dienen te gedragen en hoe zij hun kinderen moeten opvoeden.
‘Doe mee’ is ‘Doe normaal’ geworden
De toon waarop in Nederland over Marokkanen en moslims wordt gesproken wordt als kwetsend door de eerste generatie Marokkaanse vrouwen ervaren. Politici zeggen dat Marokkaanse vrouwen moeten meedoen, maar bedoelen eigenlijk ‘Doe normaal!’. “Door deze houding is er vaak weinig aandacht voor capaciteiten van Marokkaanse vrouwen om zichzelf te ontplooien”, stelt Van den Berg. Achterstand en armoede is in de groep eerste generatie vrouwen aanzienlijk. Vrouwen willen graag onderwijs volgen om hun taalachterstand te verhelpen en proberen hun kinderen te stimuleren tot opleiding en werk in Nederland. De dochters van de eerste generatie Marokkaanse vrouwen zijn vaak forse sociale stijgers.
Conclusies onderzoek ‘Dat is bij jullie toch ook zo?’
Marokkaanse vrouwen maken vaak een emancipatie door, ook al werken zij niet betaald;
Het ‘rendement’ van inburgeringscursussen is niet erg groot, maar de stappen van deze vrouwen zijn wel vormen van sociale vooruitgang;
Familienetwerken van Marokkaanse vrouwen vormen de belangrijkste vorm van ondersteuning, ook al liggen in deze netwerken ook belemmeringen;
Marokkaanse vrouwen stimuleren vooral hun kinderen tot sociale mobiliteit en hebben voor zichzelf niet de verwachting nog te gaan werken of leren;
Er bestaan grote verschillen tussen Marokkaanse eerste generatie vrouwen, bijvoorbeeld op basis van herkomst (urbaan-ruraal);
Marokkaanse vrouwen vinden taallessen belangrijk voor henzelf. Zij hebben verschillende doelstellingen, maar vooral willen deze vrouwen zelf naar bijvoorbeeld de dokter en het gemeenteloket kunnen. Ze willen beter hun weg kunnen vinden in de Nederlandse verzorgingsstaat;
Marokkaanse vrouwen die deelnemen aan taalcursussen voor oudkomers willen minder ‘gedwongen’ emancipatie en minder focus op hun achterstand;
Meer en betere aandacht voor het leren van de taal zelf en voor het tegengaan van ‘bureaucratisch analfabetisme’ is wel een wens van deze vrouwen. Veel vrouwen spraken een behoefte aan voorlichting over regelgeving et cetera uit.
Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het Stedelijk Innovatieprogramma, een onderzoeksprogramma van het Nicis Institute en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijke Onderzoek (NWO).
BRON: website NICIS art 7 febr. '07
Samenvatting van dit onderzoek te vinden via: http://abonnee.e-mark.nl/elnkL504ID1694T1F123z40481.html




