Nieuwste gegevens VSV
woensdag, 28 februari 2007
Minister Van der Hoeven levert kamer nieuwste gegevens VSV (feb. '07)
Er is een standaardisatie van de vsv gegevens gaande, dat moet dubbeltellingen en onduidelijkheden eruit halen. Maar het resultaat lijkt toch niet overtuigend: op deze manier gaat Nederland niet aan de Lissabon doelstelling voldoen!
Een compilatie van de gegevens van de website http://www.voortijdigschoolverlaten.nl van jaarlijkse Factsheet vsv 2007 en de brief van 13 februari van Maria van der Hoeven aan de tweede kamer is hieronder te vinden.
De brief van de minister, nu nog OCW, tref je achter deze link, klik hier
Voor meer informatie uit dit factsheet volg deze link: http://www.voortijdigschoolverlaten.nl/docs/Factsheets%20feb%202007%20definitief.pdf
Op basis van het onderwijsnummer volgen hieronder enkele typeringen van voortijdig schoolverlaters in het jaar 2004-2005 (bron: ON):
· Mannen/jongens vormen een meerderheid (60%) van alle voortijdige schoolverlaters. In de totale populatie jongeren is het aantal mannen (51%) vrijwel gelijk aan het aantal vrouwen.
· De 17 en 18 jarigen vormen het grootste deel van de nieuwe uitval.
· Het percentage vsv-ers onder niet westerse allochtonen ligt twee keer zo hoog als onder autochtonen. Het percentage vsv-ers onder westerse allochtonen ligt er tussenin.
· Van de totale groep nieuwe vsv-ers komt circa 20% uit het vmbo zonder diploma, heeft 15% wel een vmbo diploma, maar stroomt niet door naar een vervolgopleiding en komt 65% uit het mbo.
· Van de totale groep nieuwe vsv-ers komt de grootste groep uit mbo niveau 2-4 (16% bbl en 37% bol-voltijd) en uit het vmbo basisberoepsgerichte leerweg (met diploma 6%, zonder diploma 5%).
· Per schoolsoort bekeken (figuur 3d) is het percentage vsv-ers het grootst in niveau 1 van het mbo (bol/bbl). 37% van de bol- en 46% van de bbl-deelnemers in niveau 1 stromen uit als vsv-er. Een deel heeft wel een diploma op niveau 1. In het vo is het percentage nieuwe vsv-ers het hoogst in het vmbo. Een groot deel van de vsv-ers hebben wel een vmbo diploma.
· Van de vsv-ers in het mbo vallen de meeste deelnemers uit in de sectoren Economie (12,5%) en Techniek(11,3%). De sectoren Zorg & Welzijn (8,3%) en Groen (8,3%) vallen minder deelnemers uit.
· Spijbelen komt het meest voor in de schooltypen die ook de meeste vsv-ers kennen (bron: Inspectie van het Onderwijs).
· Voortijdig schoolverlaters zijn veel vaker dan gemiddeld zittenblijvers. In het VO is van de groep vsv-ers ongeveer 17% in het direct voorafgaande jaar blijven zitten. In de totale groep jongeren ligt dit percentage op 6 à 7% (bron: ON).
· Van de vsv-ers heeft 11% zelf kinderen, bij de totale groep 15-22 jarigen is dit een kleine 6% (EBB 2002-2005, CBS).
· Er wordt een daling gesignaleerd van vsv in 2005-2006 t.o.v. 2004-2005. Hier blijkt dat het aantal uitvallers in het vmbo wat afneemt. Bij het mbo vermindert de uitval in bbl en neemt het bij bol voltijd iets toe.
Er is een standaardisatie van de vsv gegevens gaande, dat moet dubbeltellingen en onduidelijkheden eruit halen. Maar het resultaat lijkt toch niet overtuigend: op deze manier gaat Nederland niet aan de Lissabon doelstelling voldoen!
Een compilatie van de gegevens van de website http://www.voortijdigschoolverlaten.nl van jaarlijkse Factsheet vsv 2007 en de brief van 13 februari van Maria van der Hoeven aan de tweede kamer is hieronder te vinden.
De brief van de minister, nu nog OCW, tref je achter deze link, klik hier
Voor meer informatie uit dit factsheet volg deze link: http://www.voortijdigschoolverlaten.nl/docs/Factsheets%20feb%202007%20definitief.pdf
Op basis van het onderwijsnummer volgen hieronder enkele typeringen van voortijdig schoolverlaters in het jaar 2004-2005 (bron: ON):
· Mannen/jongens vormen een meerderheid (60%) van alle voortijdige schoolverlaters. In de totale populatie jongeren is het aantal mannen (51%) vrijwel gelijk aan het aantal vrouwen.
· De 17 en 18 jarigen vormen het grootste deel van de nieuwe uitval.
· Het percentage vsv-ers onder niet westerse allochtonen ligt twee keer zo hoog als onder autochtonen. Het percentage vsv-ers onder westerse allochtonen ligt er tussenin.
· Van de totale groep nieuwe vsv-ers komt circa 20% uit het vmbo zonder diploma, heeft 15% wel een vmbo diploma, maar stroomt niet door naar een vervolgopleiding en komt 65% uit het mbo.
· Van de totale groep nieuwe vsv-ers komt de grootste groep uit mbo niveau 2-4 (16% bbl en 37% bol-voltijd) en uit het vmbo basisberoepsgerichte leerweg (met diploma 6%, zonder diploma 5%).
· Per schoolsoort bekeken (figuur 3d) is het percentage vsv-ers het grootst in niveau 1 van het mbo (bol/bbl). 37% van de bol- en 46% van de bbl-deelnemers in niveau 1 stromen uit als vsv-er. Een deel heeft wel een diploma op niveau 1. In het vo is het percentage nieuwe vsv-ers het hoogst in het vmbo. Een groot deel van de vsv-ers hebben wel een vmbo diploma.
· Van de vsv-ers in het mbo vallen de meeste deelnemers uit in de sectoren Economie (12,5%) en Techniek(11,3%). De sectoren Zorg & Welzijn (8,3%) en Groen (8,3%) vallen minder deelnemers uit.
· Spijbelen komt het meest voor in de schooltypen die ook de meeste vsv-ers kennen (bron: Inspectie van het Onderwijs).
· Voortijdig schoolverlaters zijn veel vaker dan gemiddeld zittenblijvers. In het VO is van de groep vsv-ers ongeveer 17% in het direct voorafgaande jaar blijven zitten. In de totale groep jongeren ligt dit percentage op 6 à 7% (bron: ON).
· Van de vsv-ers heeft 11% zelf kinderen, bij de totale groep 15-22 jarigen is dit een kleine 6% (EBB 2002-2005, CBS).
· Er wordt een daling gesignaleerd van vsv in 2005-2006 t.o.v. 2004-2005. Hier blijkt dat het aantal uitvallers in het vmbo wat afneemt. Bij het mbo vermindert de uitval in bbl en neemt het bij bol voltijd iets toe.




