Aantal kamers met kansen moet snel omhoog
donderdag, 3 mei 2007
Rotterdam: Aantal kamers met kansen moet snel omhoog
‘Aantal kamers met kansen moet snel omhoog’ Stabiele woonplek voor jongeren voorkomt schooluitval. Rotterdam heeft te weinig kamers voor jongeren die begeleiding nodig hebben. De Partij van de Arbeid pleitte eind vorig jaar voor duizend extra plekken. In april verscheen de Rotterdamse uitwerking van het stadsregioprogramma ‘Ieder kind wint’. Daarin krijgt begeleid op kamers wonen een fors aandeel, zegt jeugdwethouder Leonard Geluk. PvdA-raadslid Matthijs van Muijen vreest vertraging. ‘Het gevaar van zo’n integrale nota is dat alles op elkaar wacht. Iedere week komen er nieuwe jongeren in de knel.’
Inhoudelijk zijn ze het helemaal met elkaar eens, de PvdA en de wethouder. Extra kamers met begeleiding voor jongeren – ook wel foyers genoemd – zijn hard nodig. Geluk vond de motie van de PvdA juist een extra steun in de rug. ‘In het collegeprogramma staat dat we ieder jaar structureel 2,5 miljoen euro uitgeven aan begeleid op kamers wonen. Daarmee kunnen we de komende vier jaar 400 woningen extra realiseren, bovenop de 300 die er al zijn. De PvdA heeft berekend dat er in totaal 1300 kamers nodig zijn, dus dat we er nog 600 tekort komen. Ik zie dat ook, maar daarvoor moeten we geld zien te krijgen uit andere bronnen.’ Geluk doelt op de rijksoverheid en de zorgverzekeraars. Volgens de wethouder maken de kamers-metbegeleiding voor jongeren deel uit van een integraal plan ter verbetering van de jeugdzorg. Hij is trots op ‘Ieder kind wint’, waarin alle betrokken partijen uit de stadsregio zich verbinden aan tien afspraken (zie kader). ‘Het is een offensief programma’, zegt Geluk. ‘We schetsen daarin de contouren van de ideale jeugdketen; de gemeenten en andere organisaties zorgen zelf voor de concrete invulling.’
Steentje bijdragen
Wethouder Geluk is druk bezig met het aanboren van externe geldbronnen om het gewenste aantal van 1300 kamers te kunnen realiseren. ‘Wij steken onze nek uit, het is aan anderen om aan te haken’, zegt hij. ‘We hebben onze wensen meegegeven aan minister Rouvoet van Jeugd en Gezin en het onderwerp staat in de top vijf van de lobbylijst.
‘Aantal kamers met kansen moet snel omhoog’ Stabiele woonplek voor jongeren voorkomt schooluitval. Rotterdam heeft te weinig kamers voor jongeren die begeleiding nodig hebben. De Partij van de Arbeid pleitte eind vorig jaar voor duizend extra plekken. In april verscheen de Rotterdamse uitwerking van het stadsregioprogramma ‘Ieder kind wint’. Daarin krijgt begeleid op kamers wonen een fors aandeel, zegt jeugdwethouder Leonard Geluk. PvdA-raadslid Matthijs van Muijen vreest vertraging. ‘Het gevaar van zo’n integrale nota is dat alles op elkaar wacht. Iedere week komen er nieuwe jongeren in de knel.’
Inhoudelijk zijn ze het helemaal met elkaar eens, de PvdA en de wethouder. Extra kamers met begeleiding voor jongeren – ook wel foyers genoemd – zijn hard nodig. Geluk vond de motie van de PvdA juist een extra steun in de rug. ‘In het collegeprogramma staat dat we ieder jaar structureel 2,5 miljoen euro uitgeven aan begeleid op kamers wonen. Daarmee kunnen we de komende vier jaar 400 woningen extra realiseren, bovenop de 300 die er al zijn. De PvdA heeft berekend dat er in totaal 1300 kamers nodig zijn, dus dat we er nog 600 tekort komen. Ik zie dat ook, maar daarvoor moeten we geld zien te krijgen uit andere bronnen.’ Geluk doelt op de rijksoverheid en de zorgverzekeraars. Volgens de wethouder maken de kamers-metbegeleiding voor jongeren deel uit van een integraal plan ter verbetering van de jeugdzorg. Hij is trots op ‘Ieder kind wint’, waarin alle betrokken partijen uit de stadsregio zich verbinden aan tien afspraken (zie kader). ‘Het is een offensief programma’, zegt Geluk. ‘We schetsen daarin de contouren van de ideale jeugdketen; de gemeenten en andere organisaties zorgen zelf voor de concrete invulling.’
Steentje bijdragen
Wethouder Geluk is druk bezig met het aanboren van externe geldbronnen om het gewenste aantal van 1300 kamers te kunnen realiseren. ‘Wij steken onze nek uit, het is aan anderen om aan te haken’, zegt hij. ‘We hebben onze wensen meegegeven aan minister Rouvoet van Jeugd en Gezin en het onderwerp staat in de top vijf van de lobbylijst.
Daarnaast zijn we in gesprek met zorgverzekeraars. Die groep was voor ons redelijk uit beeld. Tot nu toe was onze lobby steeds gericht op de overheid, maar dat gaan we nu dus verbreden. We willen de zorgverzekeraars graag binden op onze politieke ambitie: dat het beter gaat met de kinderen, jongeren en gezinnen in onze regio. Een deel van de jongeren heeft een psychiatrische problematiek. Dan is het logisch dat de verzekeraars een steentje bijdragen.’ Ze krijgen daar ook iets voor terug, meent Geluk. ‘Er komt meer samenhang in de aanpak van jongeren die in de knel zitten. De zorgverzekeraars kunnen hun geld anders inzetten op het moment dat jeugdzorg een deel van hun taken overneemt.’ De wethouder geeft toe dat er nog veel water door de Maas moet voordat zorgverzekeraars en gemeente op dezelfde lijn zitten. ‘De contacten zijn heel vers, maar ik heb er vertrouwen in dat we elkaar vinden.’
Meldpunt
Een belangrijke voorwaarde voor succesvol jeugdbeleid is een centraal meldpunt, zegt wethouder Geluk. Als voorbeeld noemt hij de stichting Lindenhof en Flexus, twee organisaties voor jeugdhulpverlening die met een gezamenlijk loket werken. ‘Dat moet worden uitgebreid naar alle instanties die met jongeren te maken hebben’, vindt Geluk. Op de vraag wie dat moet gaan regelen, reageert hij wat voorzichtig. ‘We zoeken nog naar een goede werkwijze. Uiteindelijk zou ik willen dat iedere deelgemeente een meldpunt heeft waar beslist wordt óf een jongere hulp nodig heeft en zo ja, welke hulp. Dit moet dan een plek krijgen in het Centrum voor Jeugd en Gezin dat in iedere deelgemeente komt.’ Het ligt voor de hand om aan te haken bij DOSA, de Deelgemeentelijke Organisatie Sluitende Aanpak die zich richt op risicojongeren. Geluk beaamt dat, maar denkt dat het nog twee tot drie jaar duurt voordat de DOSA’s zover zijn. ‘Ze functioneren goed, maar nog niet in de breedte die ik zou willen. Ze richten zich nu vooral op veiligheid en niet op zorg. Daar moet het uiteindelijk wel naar toe.’
Knopen doorhakken
In de motie ‘Kamers met kansen’ pleit de PvdA voor één aanspreekpunt binnen het college. De partij vindt dat de verantwoordelijkheid te versnipperd is over meerdere wethouders. Geluk pareert die kritiek onom- jongeren voorkomt schooluitval wonden. ‘Ík ben verantwoordelijk voor alles wat mis zou kunnen gaan met jongeren. Ik voel dat ook heel sterk: ik moet ervoor zorgen dat organisaties goed samenwerken, dat er ketens zijn, dat er preventief goed gewerkt wordt. En daar kan iedereen mij op aanspreken.’ Voor Franssens van het CVD maakt het weinig uit hoeveel wethouders er verantwoordelijk zijn. ‘Als de besluitvorming maar vlot verloopt, dat is mijn enige criterium. Toen wij in het Oude Emmahuis (in de Provenierswijk, tekst: ria de wit; foto’s: rick keus red.) met begeleid wonen wilden beginnen, hebben we maanden moeten wachten op subsidie omdat onduidelijk was wie het besluit moest nemen. Al die tijd staan er jongeren op straat, in plaats van bij ons op een kamer te wonen. Als één wethouder sneller knopen doorhakt dan vier, ben ik vóór.’
Meldpunt
Een belangrijke voorwaarde voor succesvol jeugdbeleid is een centraal meldpunt, zegt wethouder Geluk. Als voorbeeld noemt hij de stichting Lindenhof en Flexus, twee organisaties voor jeugdhulpverlening die met een gezamenlijk loket werken. ‘Dat moet worden uitgebreid naar alle instanties die met jongeren te maken hebben’, vindt Geluk. Op de vraag wie dat moet gaan regelen, reageert hij wat voorzichtig. ‘We zoeken nog naar een goede werkwijze. Uiteindelijk zou ik willen dat iedere deelgemeente een meldpunt heeft waar beslist wordt óf een jongere hulp nodig heeft en zo ja, welke hulp. Dit moet dan een plek krijgen in het Centrum voor Jeugd en Gezin dat in iedere deelgemeente komt.’ Het ligt voor de hand om aan te haken bij DOSA, de Deelgemeentelijke Organisatie Sluitende Aanpak die zich richt op risicojongeren. Geluk beaamt dat, maar denkt dat het nog twee tot drie jaar duurt voordat de DOSA’s zover zijn. ‘Ze functioneren goed, maar nog niet in de breedte die ik zou willen. Ze richten zich nu vooral op veiligheid en niet op zorg. Daar moet het uiteindelijk wel naar toe.’
Knopen doorhakken
In de motie ‘Kamers met kansen’ pleit de PvdA voor één aanspreekpunt binnen het college. De partij vindt dat de verantwoordelijkheid te versnipperd is over meerdere wethouders. Geluk pareert die kritiek onom- jongeren voorkomt schooluitval wonden. ‘Ík ben verantwoordelijk voor alles wat mis zou kunnen gaan met jongeren. Ik voel dat ook heel sterk: ik moet ervoor zorgen dat organisaties goed samenwerken, dat er ketens zijn, dat er preventief goed gewerkt wordt. En daar kan iedereen mij op aanspreken.’ Voor Franssens van het CVD maakt het weinig uit hoeveel wethouders er verantwoordelijk zijn. ‘Als de besluitvorming maar vlot verloopt, dat is mijn enige criterium. Toen wij in het Oude Emmahuis (in de Provenierswijk, tekst: ria de wit; foto’s: rick keus red.) met begeleid wonen wilden beginnen, hebben we maanden moeten wachten op subsidie omdat onduidelijk was wie het besluit moest nemen. Al die tijd staan er jongeren op straat, in plaats van bij ons op een kamer te wonen. Als één wethouder sneller knopen doorhakt dan vier, ben ik vóór.’
Zie ook de landelijke website www.kamersmetkansen.nl
‘Ieder kind wint’ is een programma van de stadsregio. Iedere gemeente maakt een eigen uitvoeringsprogramma. In april verscheen ‘Ieder kind wint in Rotterdam’. Alle betrokken partijen slaan de handen ineen om problemen met kinderen en jongeren te voorkomen en op te lossen: stadsregio, gemeenten, jeugdgezondheidszorg, onderwijs, welzijnssector, Bureau Jeugdzorg, jeugdzorgaanbieders, Jeugd-GGZ (geestelijke gezondheidszorg) en Jeugd-LVG (licht verstandelijk gehandicapten), Raad voor de Kinderbescherming, politie, openbaar ministerie en (kinder-) rechter. In een visiedocument zijn tien afspraken vastgelegd over preventie, signalering, samenwerking en verbetering van de zogenoemde ‘jeugdketen’. Een brede regiegroep moet ervoor zorgen dat de doelstellingen in 2009 zijn gehaald.
Meer informatie: www.iederkindwint.nl
BRON: http://www.nieuwrotterdamstij.nl




