Rouvoet vult plannen verder in
vrijdag, 7 september 2007
Rouvoet werkt door op conclusies die de Operatie Jong en de Taskforce Jeugdwerkloosheid al trokken, vult dit aan met eigen beleid en maakt een samenhangend plan. Daar zitten kansen in voor jeugd maar er worden ook strakke grenzen getrokken: overlast wordt aangepakt, campussen ingevoerd etc. Er komt maatschappelijke dienstplicht. Het (program) ministerie voor Jeugd en Gezin brengt alle beleidselementen van de andere departementen die ook over jeugd gaan in een plan samen.
Jongeren die overlast veroorzaken worden streng aangepakt. De aanpak richt zich op de hele omgeving van de jongere, dus ook het gezin, de school en, de vrienden. De aanpak is niet vrijblijvend en kan verplicht worden opgelegd.
Voor probleemjongeren zonder zicht op opleiding of baan en die dreigen af te glijden naar de criminaliteit, worden campussen opgezet die zich richten op heropvoeding, op scholing en het krijgen van werk.
Jongeren tot 18 jaar hebben een kwalificatieplicht, en volgen onderwijs, of werken, of doen een combinatie van beide. Als zij daar extra hulp bij nodig hebben, bv onderwijs-zorg-arrangementen, dan wordt die geboden.
Steeds meer jongeren bewegen voldoende, en hebben een gezond lichaamsgewicht.
Overmatig alcoholgebruik onder jongeren neemt af.
Jongeren dragen bij aan de samenleving door vrijwilligerswerk, maatschappelijke stages (waaronder inburgeringsbuddy’s), en participatie.
In alle gemeenten worden jongeren betrokken bij besluitvorming over de leefbaarheid van de wijk.
Van school naar werk Waar gaat het om?
Elke jongere moet goed worden voorbereid op zijn of haar toekomst. De aansluiting van school naar werk is daarbij essentieel. Voorkomen moet worden dat jongeren door vroegtijdig schoolverlaten of het niet halen van een startkwalificatie kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. En daardoor minder kansen krijgen op een goede toekomst.
Allochtone jongeren zijn oververtegenwoordigd in schooluitval en werkloosheid.
De Taskforce Jeugdwerkloosheid heeft hiervoor drie belangrijke trajecten aangegeven:
- Het halen van een startkwalificatie en het voorkomen van uitval
- Intensieve aanpak structurele jeugdwerkeloosheid, gekoppeld aan leer/werkplicht
- Intensieve begeleiding- en opvoedingsprogramma’s
Het kabinet zal met een integrale aanpak inzetten op deze drie thema’s, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Sluitende zorg door alle zorginstellingen (zoals Centra voor Jeugd en Gezin, provinciale jeugdzorg, jeugd-ggz en jeugd-lvg) voor de kinderen die op zorg zijn aangewezen.
Wat gaan we doen?
Specifieke aandacht bij de aansluiting tussen school en werk is nodig voor:
Jongeren die geen startkwalificatie hebben, niet aan het werk zijn en niet ingeschreven zijn bij sociale dienst of onderwijs (circa 37.000 jongeren tot 23 jaar). Bezien moet worden of de leer/werkplicht dit afdoende ondervangt en zo niet, welke aanvullende maatregelen getroffen moeten worden.
Jeugdigen (18 t/m 26 jaar) die niet meer aan onderwijs deelnemen maar door hun persoonlijke (bijv gezondheidsproblemen) of gezinsproblemen, ongeschikt zijn voor de arbeidsmarkt.
Jongeren die niet kunnen werken als gevolg van zorgtaken (circa 6.000) of die om andere redenen niet direct beschikbaar zijn voor arbeid. Voorkomen moet worden dat deze jongeren door hun (huidige) zorgactiviteiten voor de rest van hun leven ongeschikt zijn voor de arbeidsmarkt.
Onderwijs en arbeidsmarkt
Het kabinet zet stevig in op een sluitende aanpak voor schoolverlaters. Onder de noemer ‘aanval op de uitval’ wordt gestreefd naar een halvering van het aantal voortijdig schoolverlaters. Werkloze jongeren dienen binnen een half jaar terug te zijn op school of aan het werk zijn. Met de invoering van de kwalificatieplicht tot 18 jaar wordt alles op alles te gezet om te zorgen dat jongeren een opleiding afronden. Tevens zal ingezet worden op de aanwezigheid van schoolmaatschappelijk werk in het voortgezet onderwijs en op de scholen voor beroeps- en volwasseneducatie. De combinatie van leren en werken geeft meer jongeren de kans om praktische vaardigheden op te doen in het onderwijs.
Daarom zet het Kabinet ook in op de invoering van een leer- werkplicht voor jongeren tot 27 jaar in combinatie met de mogelijkheid tot inhouding op een eventuele uitkering.
Onderwijs en zorg
Indien jongeren geen startkwalificatie hebben of aan het werk zijn, moeten alle inspanningen erop gericht zijn om te voorkomen dat zij in een uitkeringssituatie terecht komen en/of doelloos gaan rondhangen. Activering en maatschappelijke participatie staat voorop. De samenwerking tussen onderwijs, jeugdzorg en arbeidsmarkt is hierbij van cruciaal belang. De kans is immers groot dat jongeren die dreigen uit te vallen, al in een eerder stadium te maken hebben gehad of bekend zijn bij Centra Jeugd en Gezin, ZAT en/of Jeugdzorg. Ook in dit verband is een sluitende keten van hulpverlening en overdracht van informatie door professionals onderling dus essentieel. Hoe eerder wordt ingegrepen of hulp wordt aangeboden, hoe groter de kans op succes is.
Ook om de schooluitval te verminderen is samenwerking tussen school en jeugdzorg en andere jeugdprofessionals nodig. Naast schoolgerelateerde problemen kan er
immers sprake zijn van persoonlijke problemen, die leiden tot schooluitval. Opgroei- en opvoedproblemen thuis, chronisch ziek zijn, schulden, verslaving, etc.
Deze problemen kunnen alleen worden aangepakt als jeugdzorg, Centra Jeugd en Gezin, politie/ justitie, leerplichtambtenaren, RMC en onderwijs goed samenwerken.
Begeleidings- en opvoedingsprogramma’s (campussen)
Er zijn nog steeds teveel jongeren die aan de kant blijven staan. Het gaat dan vooral om jongeren die niet in een leertraject zitten, niet werken en dreigen af te glijden. Het is van belang maatregelen te treffen om te voorkomen dat deze jongeren hun eigen toekomst vergooien door gebrek aan diploma`s of werkervaring. De afstand tot de arbeidsmarkt mag niet te groot worden. Aan jongeren zonder zicht op opleiding of baan die met de gebruikelijke instrumenten niet bereikt worden, wil het kabinet daarom perspectief bieden door de landelijke invoering van campussen die gericht zijn op heropvoeding, scholing en arbeidstoeleiding.
Het primaire doel is dat elke jongere die kan leren of werken (al dan niet in combinatie), dit ook daadwerkelijk gaat doen. Daarnaast is ook een doelstelling van de campussen om een bijdrage te leveren aan het kabinetsbeleid ten aanzien van veiligheid om de jeugdcriminaliteit met 10% te verminderen. Met de campussen kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat jongeren die lichte vergrijpen hebben gepleegd, (verder) afglijden naar de criminaliteit. Het veiligheidshuis kan hierbij op lokaal niveau een functie vervullen. De experimenten die momenteel plaatsvinden in pilot-projecten “onwillige jongeren” zijn de opmaat voor deze campussen. Uitgangspunt van deze pilots is dat jongeren lange dagen binnen de voorzieningen doorbrengen, zodat ze wennen aan een werkritme en weinig tijd over houden om te vervallen in ongewenste gedragingen. De lange ‘werkdagen’ moeten er bovendien voor zorgen dat ze minder vatbaar zijn voor negatieve invloeden uit hun omgeving.
Deze pilot-projecten worden wetenschappelijk onderzocht, zodat duidelijk wordt welke aanpakken effectief zijn en maatwerk kunnen bieden. Daarnaast is het belangrijk dat de ervaringen met deze experimenten beter zicht geven op de aard en samenstelling van de doelgroep. Vervolgens wordt een meer gestructureerde (maatwerk)aanpak ontwikkeld. Bovendien moeten de initiatieven inzicht geven in de samenwerking tussen de lokale en regionale jeugdzorg-, onderwijs-, arbeidsmarkt- en justitiële instanties.
Afhankelijk van de uitkomsten van de pilot-projecten en binnen het juridische kader van onder meer de leer-werkplicht, zal het kabinet gaan werken aan de invulling van een landelijk dekkend stelsel van voorzieningen voor intensieve begeleidings- en opvoedingsprogramma’s. Vanuit het dan ontwikkelde inzicht in de effectiviteit van de diverse aanpakken en op basis van de opgedane ervaringen komt het kabinet met concrete voorstellen voor een opzet van Campussen Nieuwe Stijl.
De juridische mogelijkheden om in het uiterste geval jongeren en jongvolwassenen met dwang naar een van deze voorzieningen te leiden zullen daartoe in kaart worden gebracht. Uiteraard zijn er normen, grenzen en internationale verplichtingen in het kader van de bescherming van de individuele vrijheid, de privacy en het internationale arbeidsrecht die daarbij in acht moeten worden genomen. Er zullen daarbij goede waarborgen moeten worden
ingebracht tegen een ongerechtvaardigd gebruik van die maatregel.
De samenhang tussen inhoud (opvoedprogramma’s en sluitende aanpak structurele jeugdwerkloosheid) en juridisch kader (wettelijke regeling, leer/werkplicht) vraagt om eenduidige regie vanuit de rijksoverheid. Het kabinet zal daarom voor ‘verschillende categorieën jongeren’ in kaart brengen in hoeverre zij nu al geactiveerd worden om te leren en/of te werken en voor welke categorieën jongeren dit onvoldoende het geval (b)lijkt te zijn. Het verplicht zenden van jongeren naar een van de bedoelde voorzieningen is uiteraard een ultimum remedium blijven. Het verdient verreweg de voorkeur om jongeren via het reguliere onderwijs “bij de les” te houden.
BRON: http://www.jeugdengezin.nl/images/definitief-vws051-1-wtk-beleidsprogramma_tcm21-152387.pdf
Jongeren die overlast veroorzaken worden streng aangepakt. De aanpak richt zich op de hele omgeving van de jongere, dus ook het gezin, de school en, de vrienden. De aanpak is niet vrijblijvend en kan verplicht worden opgelegd.
Voor probleemjongeren zonder zicht op opleiding of baan en die dreigen af te glijden naar de criminaliteit, worden campussen opgezet die zich richten op heropvoeding, op scholing en het krijgen van werk.
Jongeren tot 18 jaar hebben een kwalificatieplicht, en volgen onderwijs, of werken, of doen een combinatie van beide. Als zij daar extra hulp bij nodig hebben, bv onderwijs-zorg-arrangementen, dan wordt die geboden.
Steeds meer jongeren bewegen voldoende, en hebben een gezond lichaamsgewicht.
Overmatig alcoholgebruik onder jongeren neemt af.
Jongeren dragen bij aan de samenleving door vrijwilligerswerk, maatschappelijke stages (waaronder inburgeringsbuddy’s), en participatie.
In alle gemeenten worden jongeren betrokken bij besluitvorming over de leefbaarheid van de wijk.
Van school naar werk Waar gaat het om?
Elke jongere moet goed worden voorbereid op zijn of haar toekomst. De aansluiting van school naar werk is daarbij essentieel. Voorkomen moet worden dat jongeren door vroegtijdig schoolverlaten of het niet halen van een startkwalificatie kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. En daardoor minder kansen krijgen op een goede toekomst.
Allochtone jongeren zijn oververtegenwoordigd in schooluitval en werkloosheid.
De Taskforce Jeugdwerkloosheid heeft hiervoor drie belangrijke trajecten aangegeven:
- Het halen van een startkwalificatie en het voorkomen van uitval
- Intensieve aanpak structurele jeugdwerkeloosheid, gekoppeld aan leer/werkplicht
- Intensieve begeleiding- en opvoedingsprogramma’s
Het kabinet zal met een integrale aanpak inzetten op deze drie thema’s, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Sluitende zorg door alle zorginstellingen (zoals Centra voor Jeugd en Gezin, provinciale jeugdzorg, jeugd-ggz en jeugd-lvg) voor de kinderen die op zorg zijn aangewezen.
Wat gaan we doen?
Specifieke aandacht bij de aansluiting tussen school en werk is nodig voor:
Jongeren die geen startkwalificatie hebben, niet aan het werk zijn en niet ingeschreven zijn bij sociale dienst of onderwijs (circa 37.000 jongeren tot 23 jaar). Bezien moet worden of de leer/werkplicht dit afdoende ondervangt en zo niet, welke aanvullende maatregelen getroffen moeten worden.
Jeugdigen (18 t/m 26 jaar) die niet meer aan onderwijs deelnemen maar door hun persoonlijke (bijv gezondheidsproblemen) of gezinsproblemen, ongeschikt zijn voor de arbeidsmarkt.
Jongeren die niet kunnen werken als gevolg van zorgtaken (circa 6.000) of die om andere redenen niet direct beschikbaar zijn voor arbeid. Voorkomen moet worden dat deze jongeren door hun (huidige) zorgactiviteiten voor de rest van hun leven ongeschikt zijn voor de arbeidsmarkt.
Onderwijs en arbeidsmarkt
Het kabinet zet stevig in op een sluitende aanpak voor schoolverlaters. Onder de noemer ‘aanval op de uitval’ wordt gestreefd naar een halvering van het aantal voortijdig schoolverlaters. Werkloze jongeren dienen binnen een half jaar terug te zijn op school of aan het werk zijn. Met de invoering van de kwalificatieplicht tot 18 jaar wordt alles op alles te gezet om te zorgen dat jongeren een opleiding afronden. Tevens zal ingezet worden op de aanwezigheid van schoolmaatschappelijk werk in het voortgezet onderwijs en op de scholen voor beroeps- en volwasseneducatie. De combinatie van leren en werken geeft meer jongeren de kans om praktische vaardigheden op te doen in het onderwijs.
Daarom zet het Kabinet ook in op de invoering van een leer- werkplicht voor jongeren tot 27 jaar in combinatie met de mogelijkheid tot inhouding op een eventuele uitkering.
Onderwijs en zorg
Indien jongeren geen startkwalificatie hebben of aan het werk zijn, moeten alle inspanningen erop gericht zijn om te voorkomen dat zij in een uitkeringssituatie terecht komen en/of doelloos gaan rondhangen. Activering en maatschappelijke participatie staat voorop. De samenwerking tussen onderwijs, jeugdzorg en arbeidsmarkt is hierbij van cruciaal belang. De kans is immers groot dat jongeren die dreigen uit te vallen, al in een eerder stadium te maken hebben gehad of bekend zijn bij Centra Jeugd en Gezin, ZAT en/of Jeugdzorg. Ook in dit verband is een sluitende keten van hulpverlening en overdracht van informatie door professionals onderling dus essentieel. Hoe eerder wordt ingegrepen of hulp wordt aangeboden, hoe groter de kans op succes is.
Ook om de schooluitval te verminderen is samenwerking tussen school en jeugdzorg en andere jeugdprofessionals nodig. Naast schoolgerelateerde problemen kan er
immers sprake zijn van persoonlijke problemen, die leiden tot schooluitval. Opgroei- en opvoedproblemen thuis, chronisch ziek zijn, schulden, verslaving, etc.
Deze problemen kunnen alleen worden aangepakt als jeugdzorg, Centra Jeugd en Gezin, politie/ justitie, leerplichtambtenaren, RMC en onderwijs goed samenwerken.
Begeleidings- en opvoedingsprogramma’s (campussen)
Er zijn nog steeds teveel jongeren die aan de kant blijven staan. Het gaat dan vooral om jongeren die niet in een leertraject zitten, niet werken en dreigen af te glijden. Het is van belang maatregelen te treffen om te voorkomen dat deze jongeren hun eigen toekomst vergooien door gebrek aan diploma`s of werkervaring. De afstand tot de arbeidsmarkt mag niet te groot worden. Aan jongeren zonder zicht op opleiding of baan die met de gebruikelijke instrumenten niet bereikt worden, wil het kabinet daarom perspectief bieden door de landelijke invoering van campussen die gericht zijn op heropvoeding, scholing en arbeidstoeleiding.
Het primaire doel is dat elke jongere die kan leren of werken (al dan niet in combinatie), dit ook daadwerkelijk gaat doen. Daarnaast is ook een doelstelling van de campussen om een bijdrage te leveren aan het kabinetsbeleid ten aanzien van veiligheid om de jeugdcriminaliteit met 10% te verminderen. Met de campussen kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat jongeren die lichte vergrijpen hebben gepleegd, (verder) afglijden naar de criminaliteit. Het veiligheidshuis kan hierbij op lokaal niveau een functie vervullen. De experimenten die momenteel plaatsvinden in pilot-projecten “onwillige jongeren” zijn de opmaat voor deze campussen. Uitgangspunt van deze pilots is dat jongeren lange dagen binnen de voorzieningen doorbrengen, zodat ze wennen aan een werkritme en weinig tijd over houden om te vervallen in ongewenste gedragingen. De lange ‘werkdagen’ moeten er bovendien voor zorgen dat ze minder vatbaar zijn voor negatieve invloeden uit hun omgeving.
Deze pilot-projecten worden wetenschappelijk onderzocht, zodat duidelijk wordt welke aanpakken effectief zijn en maatwerk kunnen bieden. Daarnaast is het belangrijk dat de ervaringen met deze experimenten beter zicht geven op de aard en samenstelling van de doelgroep. Vervolgens wordt een meer gestructureerde (maatwerk)aanpak ontwikkeld. Bovendien moeten de initiatieven inzicht geven in de samenwerking tussen de lokale en regionale jeugdzorg-, onderwijs-, arbeidsmarkt- en justitiële instanties.
Afhankelijk van de uitkomsten van de pilot-projecten en binnen het juridische kader van onder meer de leer-werkplicht, zal het kabinet gaan werken aan de invulling van een landelijk dekkend stelsel van voorzieningen voor intensieve begeleidings- en opvoedingsprogramma’s. Vanuit het dan ontwikkelde inzicht in de effectiviteit van de diverse aanpakken en op basis van de opgedane ervaringen komt het kabinet met concrete voorstellen voor een opzet van Campussen Nieuwe Stijl.
De juridische mogelijkheden om in het uiterste geval jongeren en jongvolwassenen met dwang naar een van deze voorzieningen te leiden zullen daartoe in kaart worden gebracht. Uiteraard zijn er normen, grenzen en internationale verplichtingen in het kader van de bescherming van de individuele vrijheid, de privacy en het internationale arbeidsrecht die daarbij in acht moeten worden genomen. Er zullen daarbij goede waarborgen moeten worden
ingebracht tegen een ongerechtvaardigd gebruik van die maatregel.
De samenhang tussen inhoud (opvoedprogramma’s en sluitende aanpak structurele jeugdwerkloosheid) en juridisch kader (wettelijke regeling, leer/werkplicht) vraagt om eenduidige regie vanuit de rijksoverheid. Het kabinet zal daarom voor ‘verschillende categorieën jongeren’ in kaart brengen in hoeverre zij nu al geactiveerd worden om te leren en/of te werken en voor welke categorieën jongeren dit onvoldoende het geval (b)lijkt te zijn. Het verplicht zenden van jongeren naar een van de bedoelde voorzieningen is uiteraard een ultimum remedium blijven. Het verdient verreweg de voorkeur om jongeren via het reguliere onderwijs “bij de les” te houden.
BRON: http://www.jeugdengezin.nl/images/definitief-vws051-1-wtk-beleidsprogramma_tcm21-152387.pdf




