Vier grote steden zetten aanval in tegen schooluitval
vrijdag, 7 december 2007
Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht gaan zich samen met scholen de komende jaren extra inspannen om het aantal scholieren dat zonder mbo-2, havo- of vwo diploma de school verlaat terug te dringen met 40%. Dat is een afname van 10% per jaar. Dat hebben de vier wethouders vandaag afgesproken met staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Aanpakken van schooluitval is één van de speerpunten van dit kabinet. De afspraken met de vier gemeenten maken deel uit van ‘Aanval op Schooluitval’. De doelstelling is om ten opzichte van 2002 het aantal nieuwe schooluitvallers te halveren tot maximaal 35.000 nieuwe schooluitvallers in 2012.
In de vier grote steden is schooluitval het hoogst, namelijk 9.500 (17% van het totale aantal vsv-ers). Omdat scholen én gemeenten een sleutelrol vervullen in de aanpak van schooluitval zijn vandaag prestatieafspraken met de G4 gemaakt. Scholen in zowel het middelbaar beroeps-, als het voortgezet onderwijs ontvangen immers de eerste signalen als een leerling dreigt uit te vallen op school. Gemeenten zijn op grond van hun leer-, kwalificatie-, en zorgplicht verantwoordelijk voor het aanpakken van verzuim en het terugleiden van uitvallers naar het onderwijs.
De vier gemeenten zullen zich samen met de scholen flink inzetten voor versterking van de zorg voor risicoleerlingen en een sluitende aanpak van verzuim. Ook zal de gemeente de samenwerking tussen scholen onderling en met andere voorzieningen zoals bureau jeugdzorg, maatschappelijk werk en de (komende) Centra voor Jeugd en Gezin stimuleren. Het accent ligt bij het voorkómen van schooluitval: meer aandacht voor de overgang van vmbo naar mbo, betere zorg op school voor risicoleerlingen en een betere loopbaanbegeleiding en verzuimregistratie. In totaal stelt het kabinet tot 2011, naast de reguliere bekostiging, een extra bedrag beschikbaar van 71 miljoen Euro om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Dit betekent dat de school per daadwerkelijk verminderde voortijdig schoolverlater een stimuleringsbijdrage van € 2.000 krijgt.
Vorig jaar afgesloten prestatie convenanten met gemeenten en scholen in 14 RMC-regio’s (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie) hebben positieve resultaten opgeleverd. Alle convenantpartners uit 2006/2007 verwachten dat zij het doel van 10% minder schoolverlaters hebben gehaald. Daarom worden binnenkort met alle 39 RMC-regio’s afspraken gemaakt voor de komende vier jaar om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen.
Eind vorige week stuurde Marja van Bijsterveldt een brief aan alle ouders van circa 7.000 leerlingen die zich na het behalen van een vmbo-diploma niet hebben ingeschreven voor een vervolgopleiding. In de brief roept Van Bijsterveldt de ouders én de leerlingen op om vooral door te leren. Sinds 2006 beschikt het ministerie over precieze cijfers van schooluitval op regionaal niveau. Met deze gegevens kunnen gemeenten en leerplichtambtenaren nauwkeuriger en sneller te werk gaan en de schoolverlaters eenvoudiger opsporen.
BRON: nieuwsbrief voortijdig schoolverlaten december 2007
In de vier grote steden is schooluitval het hoogst, namelijk 9.500 (17% van het totale aantal vsv-ers). Omdat scholen én gemeenten een sleutelrol vervullen in de aanpak van schooluitval zijn vandaag prestatieafspraken met de G4 gemaakt. Scholen in zowel het middelbaar beroeps-, als het voortgezet onderwijs ontvangen immers de eerste signalen als een leerling dreigt uit te vallen op school. Gemeenten zijn op grond van hun leer-, kwalificatie-, en zorgplicht verantwoordelijk voor het aanpakken van verzuim en het terugleiden van uitvallers naar het onderwijs.
De vier gemeenten zullen zich samen met de scholen flink inzetten voor versterking van de zorg voor risicoleerlingen en een sluitende aanpak van verzuim. Ook zal de gemeente de samenwerking tussen scholen onderling en met andere voorzieningen zoals bureau jeugdzorg, maatschappelijk werk en de (komende) Centra voor Jeugd en Gezin stimuleren. Het accent ligt bij het voorkómen van schooluitval: meer aandacht voor de overgang van vmbo naar mbo, betere zorg op school voor risicoleerlingen en een betere loopbaanbegeleiding en verzuimregistratie. In totaal stelt het kabinet tot 2011, naast de reguliere bekostiging, een extra bedrag beschikbaar van 71 miljoen Euro om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Dit betekent dat de school per daadwerkelijk verminderde voortijdig schoolverlater een stimuleringsbijdrage van € 2.000 krijgt.
Vorig jaar afgesloten prestatie convenanten met gemeenten en scholen in 14 RMC-regio’s (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie) hebben positieve resultaten opgeleverd. Alle convenantpartners uit 2006/2007 verwachten dat zij het doel van 10% minder schoolverlaters hebben gehaald. Daarom worden binnenkort met alle 39 RMC-regio’s afspraken gemaakt voor de komende vier jaar om het voortijdig schoolverlaten terug te dringen.
Eind vorige week stuurde Marja van Bijsterveldt een brief aan alle ouders van circa 7.000 leerlingen die zich na het behalen van een vmbo-diploma niet hebben ingeschreven voor een vervolgopleiding. In de brief roept Van Bijsterveldt de ouders én de leerlingen op om vooral door te leren. Sinds 2006 beschikt het ministerie over precieze cijfers van schooluitval op regionaal niveau. Met deze gegevens kunnen gemeenten en leerplichtambtenaren nauwkeuriger en sneller te werk gaan en de schoolverlaters eenvoudiger opsporen.
BRON: nieuwsbrief voortijdig schoolverlaten december 2007




