Advies RWI
vrijdag, 4 januari 2008
Advies RWI aan Vogelaar over arbeid: KmK concept werkt óók.
Op 15 november 2007 heeft Jan van Zijl het advies, "De wijk Inc. Ondernemerschap en arbeidsparticipatie in aandachtswijken" overhandigd aan minister Vogelaar voor WWI. De arbeidsmarkt worden aangepakt door het bevorderen van de werkgelegenheid en via de bestrijding van werkloosheid. Kamers met Kansen wordt enkele malen genoemd als geschikt middel om jongeren weer naar school of aan het werk te krijgen en te houden.
Gezien de gunstige conjuncturele omstandigheden én de beschikbaarheid van onbenut arbeidspotentieel in de wijken, is dit hét moment om werk en ondernemerschap in de wijken te stimuleren. Dat moet lokaal gebeuren. Het is aan de steden om de juiste partijen bijeen te brengen. Stedelijke trekkers echt ruimte geven en faciliteren, en zodanig de wensen van de ene partij met de mogelijkheden van de andere te combineren, dat er praktijken ontstaan die voor het werk in de wijk het verschil kunnen maken.
De RWI roept de steden, maar ook het bedrijfsleven, de woningcorporaties en het onderwijs daartoe op in dit advies.
Daarnaast bevat het advies aanbevelingen aan het kabinet. Hierdoor krijgen lokale partijen meer mogelijkheden om hun vaak lastige werk in de steden en wijken goed te kunnen doen.
Onbenut arbeidspotentieel
De RWI heeft het CBS gevraagd het arbeidspotentieel in de veertig aandachtswijken te onderzoeken. Dit levert een veel gunstiger beeld op dan altijd werd aangenomen. Het percentage uitkeringsgerechtigden is in deze wijken weliswaar twee keer zo hoog als in de rest van Nederland, maar de werkbereidheid is – afgezet tegen landelijke cijfers – opvallend groot. Van degenen die geen werk hebben, wil in de aandachtswijken een op de drie graag werk hebben. Gemiddeld voor Nederland is dat maar een op de vier. Verder wonen in de probleemwijken verhoudingsgewijs veel jonge mensen; in het bijzonder de 25 tot 34-jarigen zijn oververtegenwoordigd. Opmerkelijk is ook dat het opleidingsniveau van de werkwilligen in de 40 wijken niet lager is dan het landelijke beeld.
De RWI concludeert hieruit dat het arbeidsaanbod in de aandachtswijken kwalitatief en kwantitatief prima aan de vraag van werkgevers kan voldoen.
Goede praktijken
De RWI heeft Nicis Institute gevraagd praktijkvoorbeelden te inventariseren waarin publieke en private partijen samenwerken om lokaal de arbeidsparticipatie te bevorderen.
De concrete praktijkvoorbeelden zijn volgens de Raad inspirerend en bieden de lokale partijen aanknopingspunten voor samenwerkingsvormen en een concrete en praktische aanpak. De praktijkvoorbeelden zijn in de tekst van het advies in kaders beschreven. Een groot aantal voorbeelden is bovendien terug te vinden in de uitgebreide projectinventarisatie die de RWI door Nicis heeft laten uitvoeren.
Nicis heeft ook een analyse gemaakt van de praktijkvoorbeelden
Praktisch ondersteunen
Ten slotte wil de Raad voor Werk en Inkomen het niet bij een advies laten. In nauwe samenwerking met Nicis Institute, wil de RWI betrokken partijen praktisch ondersteunen bij het bevorderen van werkgelegenheid en bedrijvigheid in de 40 aandachtswijken.
Zo heeft de RWI een checklist opgesteld, waarmee gemeenten en andere partijen kunnen inventariseren wat er in hun wijken allemaal al gebeurt (op basis van het wijkactieplan), maar vooral ook wat er nog kan en moet gebeuren. Zoals gezegd zijn er inspirerende praktijkvoorbeelden, bewezen practices, die om navolging vragen. De vraag is dan: waarom is er in wijk X nog geen leerlingbouwplaats, of ondernemershuis, of activeringscentrum?
Op deze website volgt nadere informatie en de agenda met activiteiten van RWI en Nicis Institute. Wilt u hiervan op de hoogte gehouden worden? Meld u aan via wijk@rwi.nl
Contact
Heeft u vragen aan de RWI of opmerkingen naar aanleiding van het advies of de praktijkvoorbeelden, dan kunt u contact opnemen via wijk@rwi.nl
Uit het rapport van het RWI "de wijk Inc.", uit hoofdstuk 4 over wensen en mogelijkheden van partijen, onderstaande citaten over Kamers met Kansen:
4.3.2 Inzet van vastgoed
Woningcorporaties kunnen hun gebouwen inzetten en hebben zo de mogelijkheid om op allerlei manieren bij te dragen aan de wijkaanpak. Het ABCD-project in Delfshaven laat zien hoe de woningcorporatie Woonbron, met inzet van haar panden, bijdraagt aan het realiseren van de wensen van de bewoners in de buurt. Ook het praktijkvoorbeeld van de foyers, in goed Nederlands Kamers met Kansen,laat zien hoe de inzet van vastgoed door de woningcorporatie een beslissende factor voor het succes van een project kan zijn.
Kamers met kansen Nederland
In inmiddels veertien Nederlandse gemeenten zijn foyers of werkhotels geopend. Naast huisvesting wordt aan de bewoners – jongeren – hulp geboden bij het verwerven van persoonlijke en economische zelfstandigheid. Naast een huurcontract ondertekenen de jongeren een coachingscontract en wordt een persoonlijk ontwikkelingsplan opgesteld. Dit wordt periodiek besproken en zonodig bijgesteld.
Op 15 november 2007 heeft Jan van Zijl het advies, "De wijk Inc. Ondernemerschap en arbeidsparticipatie in aandachtswijken" overhandigd aan minister Vogelaar voor WWI. De arbeidsmarkt worden aangepakt door het bevorderen van de werkgelegenheid en via de bestrijding van werkloosheid. Kamers met Kansen wordt enkele malen genoemd als geschikt middel om jongeren weer naar school of aan het werk te krijgen en te houden.
Gezien de gunstige conjuncturele omstandigheden én de beschikbaarheid van onbenut arbeidspotentieel in de wijken, is dit hét moment om werk en ondernemerschap in de wijken te stimuleren. Dat moet lokaal gebeuren. Het is aan de steden om de juiste partijen bijeen te brengen. Stedelijke trekkers echt ruimte geven en faciliteren, en zodanig de wensen van de ene partij met de mogelijkheden van de andere te combineren, dat er praktijken ontstaan die voor het werk in de wijk het verschil kunnen maken.
De RWI roept de steden, maar ook het bedrijfsleven, de woningcorporaties en het onderwijs daartoe op in dit advies.
Daarnaast bevat het advies aanbevelingen aan het kabinet. Hierdoor krijgen lokale partijen meer mogelijkheden om hun vaak lastige werk in de steden en wijken goed te kunnen doen.
Onbenut arbeidspotentieel
De RWI heeft het CBS gevraagd het arbeidspotentieel in de veertig aandachtswijken te onderzoeken. Dit levert een veel gunstiger beeld op dan altijd werd aangenomen. Het percentage uitkeringsgerechtigden is in deze wijken weliswaar twee keer zo hoog als in de rest van Nederland, maar de werkbereidheid is – afgezet tegen landelijke cijfers – opvallend groot. Van degenen die geen werk hebben, wil in de aandachtswijken een op de drie graag werk hebben. Gemiddeld voor Nederland is dat maar een op de vier. Verder wonen in de probleemwijken verhoudingsgewijs veel jonge mensen; in het bijzonder de 25 tot 34-jarigen zijn oververtegenwoordigd. Opmerkelijk is ook dat het opleidingsniveau van de werkwilligen in de 40 wijken niet lager is dan het landelijke beeld.
De RWI concludeert hieruit dat het arbeidsaanbod in de aandachtswijken kwalitatief en kwantitatief prima aan de vraag van werkgevers kan voldoen.
Goede praktijken
De RWI heeft Nicis Institute gevraagd praktijkvoorbeelden te inventariseren waarin publieke en private partijen samenwerken om lokaal de arbeidsparticipatie te bevorderen.
De concrete praktijkvoorbeelden zijn volgens de Raad inspirerend en bieden de lokale partijen aanknopingspunten voor samenwerkingsvormen en een concrete en praktische aanpak. De praktijkvoorbeelden zijn in de tekst van het advies in kaders beschreven. Een groot aantal voorbeelden is bovendien terug te vinden in de uitgebreide projectinventarisatie die de RWI door Nicis heeft laten uitvoeren.
Nicis heeft ook een analyse gemaakt van de praktijkvoorbeelden
Praktisch ondersteunen
Ten slotte wil de Raad voor Werk en Inkomen het niet bij een advies laten. In nauwe samenwerking met Nicis Institute, wil de RWI betrokken partijen praktisch ondersteunen bij het bevorderen van werkgelegenheid en bedrijvigheid in de 40 aandachtswijken.
Zo heeft de RWI een checklist opgesteld, waarmee gemeenten en andere partijen kunnen inventariseren wat er in hun wijken allemaal al gebeurt (op basis van het wijkactieplan), maar vooral ook wat er nog kan en moet gebeuren. Zoals gezegd zijn er inspirerende praktijkvoorbeelden, bewezen practices, die om navolging vragen. De vraag is dan: waarom is er in wijk X nog geen leerlingbouwplaats, of ondernemershuis, of activeringscentrum?
Op deze website volgt nadere informatie en de agenda met activiteiten van RWI en Nicis Institute. Wilt u hiervan op de hoogte gehouden worden? Meld u aan via wijk@rwi.nl
Contact
Heeft u vragen aan de RWI of opmerkingen naar aanleiding van het advies of de praktijkvoorbeelden, dan kunt u contact opnemen via wijk@rwi.nl
Uit het rapport van het RWI "de wijk Inc.", uit hoofdstuk 4 over wensen en mogelijkheden van partijen, onderstaande citaten over Kamers met Kansen:
4.3.2 Inzet van vastgoed
Woningcorporaties kunnen hun gebouwen inzetten en hebben zo de mogelijkheid om op allerlei manieren bij te dragen aan de wijkaanpak. Het ABCD-project in Delfshaven laat zien hoe de woningcorporatie Woonbron, met inzet van haar panden, bijdraagt aan het realiseren van de wensen van de bewoners in de buurt. Ook het praktijkvoorbeeld van de foyers, in goed Nederlands Kamers met Kansen,laat zien hoe de inzet van vastgoed door de woningcorporatie een beslissende factor voor het succes van een project kan zijn.
Kamers met kansen Nederland
In inmiddels veertien Nederlandse gemeenten zijn foyers of werkhotels geopend. Naast huisvesting wordt aan de bewoners – jongeren – hulp geboden bij het verwerven van persoonlijke en economische zelfstandigheid. Naast een huurcontract ondertekenen de jongeren een coachingscontract en wordt een persoonlijk ontwikkelingsplan opgesteld. Dit wordt periodiek besproken en zonodig bijgesteld.
Inmiddels zijn dertien projecten van circa dertig tot honderdtwintig wooneenheden operationeel. Gemiddeld vijfhonderd jongeren wonen hier en worden gecoacht. Van deze jongeren werkte of studeerde ongeveer twintig procent bij aanvang. Na anderhalf jaar is dit 75 procent.
Vaak nemen woningcorporaties het initiatief tot de oprichting van een foyer, waarna andere lokale partijen zich al snel bij hen aansluiten. Een breed draagvlak is nodig omdat een grootschalig project als dit vaak te maken krijgt met het Nimby-effect in buurten en wijken: de komst van jongeren met een achterstand in de wijken wordt niet altijd toegejuicht. Echter betekent de vestiging van een dergelijk werkhotel dat de voorzieningen voor de wijk of buurt – ook voor jongeren die daar woonachtig zijn – worden uitgebreid.
Vaak nemen woningcorporaties het initiatief tot de oprichting van een foyer, waarna andere lokale partijen zich al snel bij hen aansluiten. Een breed draagvlak is nodig omdat een grootschalig project als dit vaak te maken krijgt met het Nimby-effect in buurten en wijken: de komst van jongeren met een achterstand in de wijken wordt niet altijd toegejuicht. Echter betekent de vestiging van een dergelijk werkhotel dat de voorzieningen voor de wijk of buurt – ook voor jongeren die daar woonachtig zijn – worden uitgebreid.
Het is dan ook van belang dat er gestreefd wordt naar een optimale lokale inbedding. Dit geldt zowel fysiek en sociaal als wat schaal betreft. Ook voor deze projecten geldt dat een breed draagvlak vanuit de (lokale) politiek, instellingen en organisaties, bewoners en bedrijven, onontbeerlijk is.
BRON: website rwi
BRON: website rwi




